Tekst van het hoofdstuk ‘Inleiding’

Hier volgt de integrale tekst van het hoofdstuk Inleiding.

Net als eentalige kinderen hebben meertalige kinderen soms taalproblemen die professionele diagnostiek en behandeling vereisen. Logopedisten, klinisch linguïsten en spraak-taalpathologen zien steeds vaker meertalige kinderen met taalproblemen en moeten, net als bij eentalige kinderen, die taalproblemen beoordelen en eventueel behandelen. Deze professionals zijn hiervoor vaak onvoldoende toegerust. Ze hebben
bijvoorbeeld moeite om de volgende vragen te beantwoorden:
• Is er echt sprake van een probleem?
• Zijn de waargenomen symptomen kenmerkend voor een normale meertalige taalontwikkeling of is er sprake van een taalstoornis?
• Als er sprake is van een taalstoornis, hoe ernstig is die dan?
• Welke behandeling of begeleiding moet worden geadviseerd of gegeven?
Als een van vele immigranten, als logopedist en klinisch linguïst, en als moeder van twee meertalige, inmiddels volwassen kinderen, heb ik in mijn 25 jaren in Nederland ervaring opgedaan ‘aan beide zijden van de tafel’. In mijn werk sta ik voor de soms lastige taak om taalstoornissen bij meertalige kinderen te onderzoeken en te diagnosticeren, en om scholen, logopedisten en ouders of opvoeders van advies te dienen. Als moeder heb ik vaak het advies gekregen om alleen Nederlands met mijn kinderen te praten. Ondanks mijn uitgebreide kennis van meertaligheid voelde ik me soms onzeker over de beslissing die mijn man en ik hadden genomen om onze
kinderen in Nederland meertalig op te voeden. Deze professionele en persoonlijke ervaringen wil ik met collega’s delen om zo meer interesse en begrip te kweken voor het volkomen normale verschijnsel meertaligheid. Kennis over de normale meertalige ontwikkeling is nodig om taalstoornissen bij kinderen die meertalig worden opgevoed te kunnen diagnosticeren en behandelen.
Ik heb dit boek geschreven om te voorzien in de behoefte aan informatie over hoe kinderen meertalig opgroeien en over wat er gebeurt als dat proces afwijkend verloopt. Ik richt mij vooral op studenten van de opleiding logopedie, logopedisten, klinisch linguïsten en spraak-taalpathologen. Het boek bevat informatie ten behoeve van de diagnostiek en therapie bij meertalige kinderen met taalproblemen – informatie die ook nuttig kan zijn voor andere hulpverleners en voor leerkrachten, voor zover die te maken hebben met deze kinderen en hun ouders.
Taalstoornissen bij meertalige kinderen zijn relatief recent onderwerp geworden van wetenschappelijk onderzoek. Het is een complex onderzoeksveld met de nodige lacunes, en veel van de conclusies uit het onderzoek zijn voorlopig. In dit boek zijn richtlijnen geformuleerd, gebaseerd op de voorhanden wetenschappelijke informatie en op mijn ervaring. Je vindt er best practices in Nederland en elders bij het onderzoek en de behandeling van meertalige kinderen met taalstoornissen. Ik hoop
dat dit boek een stimulans zal zijn bij het zoeken naar aanvullende onderzoeks- en behandelmogelijkheden.
De opzet van dit boek Het boek bevat negen hoofdstukken. In elk hoofdstuk staan minder bekende termen in cursief wanneer ze worden  geïntroduceerd, met uitleg in de Verklarende woordenlijst achter in het boek. Afgezien van het eerste hoofdstuk eindigt elk hoofdstuk met een
samenvatting, waarin ook de belangrijkste cursief gedrukte termen nog eens de revue passeren. Daarna volgen opdrachten om de behandelde stof verder te verwerken. De opdrachten houden rekening met de principes van het competentiegerichte onderwijs, waarmee sinds 2005 in de logopedieopleidingen wordt gewerkt. Er wordt verwezen naar relevante literatuur en websites.
In hoofdstuk 1 wordt de stand van zaken in Nederland besproken wat betreft het omgaan met meertaligheid, en in het bijzonder met taalontwikkelingsproblemen bij meertalige kinderen. Ook worden in dit hoofdstuk de moeilijkheden beschreven van het diagnosticeren van taalstoornissen bij meertalige kinderen.
Vervolgens gaat het in hoofdstuk 2 voornamelijk over taalgroepen die samen de Nederlandse samenleving vormen.
Hoofdstuk 3 gaat voornamelijk over de (mis)communicatie met de cliënt (inclusief ouders/opvoeders), over de houding van de hulpverlener tegenover de cliënt en over de houding van de ouders ten opzichte van de meertalige opvoeding van hun kind. Je vindt er suggesties voor het verbeteren van de onderlinge communicatie.
De hoofdstukken 4 en 5 beschrijven de normale meertalige ontwikkeling. Hoofdstuk 4 gaat in op de algemene kenmerken van de normale meertalige ontwikkeling en biedt een denkkader dat duidelijk maakt wat de grootste verschillen zijn tussen meertalige kinderen. Dit vergemakkelijkt de vergelijking tussen verschillende groepen meertalige kinderen. Hoofdstuk 5 beschrijft de kenmerken van de normale meertalige ontwikkeling die specifiek zijn voor simultaan en voor sequentieel
meertalige kinderen.
In hoofdstuk 6 komen de kenmerken van specifieke taalstoornissen aan de orde. Hier vind je antwoorden op vragen als ‘Hoe kunnen logopedisten vaststellen of ze te maken hebben met een kind met een taalstoornis?’ en ‘Is meertaligheid extra belastend voor kinderen met een specifieke taalstoornis?’.
Hoofdstuk 7 beschrijft best practices in de diagnostiek van taalstoornissen. Speciale aandacht gaat uit naar de interpretatie van de resultaten van taalonderzoek met officiële en informele onderzoeksinstrumenten. In de praktijk is deze interpretatie een van de moeilijkste aspecten van de diagnose van taalontwikkelingsstoornissen bij meertalige kinderen.
Hoofdstuk 8 gaat over de behandeling van taalstoornissen bij meertalige kinderen. Advisering aan en begeleiding van ouders zijn belangrijke onderdelen van de behandeling. De wensen van de ouders wat betreft de meertalige ontwikkeling van het kind kan men met een methodische aanpak in kaart brengen. Dit helpt om die wensen te bespreken, realistische doelen vast te stellen en de samenwerking met de ouders te optimaliseren. Ook gaat dit hoofdstuk over de samenwerking met peuterspeelzaal, dagverblijfcentrum en school. Hierbij wordt de rol van de logopedist
als adviseur op het gebied van communicatie en taal-spraakontwikkeling benadrukt.
Hoofdstuk 9, het laatste hoofdstuk, gaat over het opstellen van een behandelplan voor een meertalig kind. Het doet suggesties voor het definiëren van prioriteiten en het bepalen van wat haalbaar is tijdens de behandeling. Het stimuleren van alle talen die het kind nodig heeft om met zijn omgeving te communiceren is hierbij een belangrijk aandachtspunt.

De terminologie
Om praktische redenen wordt in het hele boek het woord ‘logopedist’ gebruikt, waarmee echter ook klinisch linguïsten, spraak-taalpathologen en overige taaldeskundigen worden aangesproken. Ook andere deskundigen zullen zich vaak in de materie herkennen. In de onderdelen die meer algemene informatie bevatten, is ervoor gekozen de woorden ‘hulpverlener’ en ‘professional’ te gebruiken om de bredere groep aan te duiden. Het woord ‘cliënt’ wordt gebruikt waar het over het kind en/of diens ouders gaat. Overal waar ouders worden genoemd, betreft dat ook mogelijke andere verzorgers en opvoeders die het kind onder hun hoede hebben.
Naar een logopedist wordt verwezen met ‘zij’. Verder wordt overal waar de mannelijke vorm wordt gebruikt evenzeer aan de vrouwelijke vorm gerefereerd en vice versa.
In dit boek is gekozen voor de term ‘meertaligheid’ in plaats van de ook gangbare term ‘tweetaligheid’, om de eenvoudige reden dat een belangrijk deel van de cliënten meer dan twee talen kent.

Wat dit boek niet biedt
Omdat dit boek niet alle onderwerpen kan beslaan die relevant zijn voor het werken met meertalige kinderen, is ervoor gekozen om sommige daarvan nadrukkelijk uit te sluiten. Zo wordt niet ingegaan op onderwerpen als de combinatie van gesproken taal en gebarentaal – immers ook meertaligheid! – op het leren van schoolse vaardigheden, zoals het lees- en schrijfproces bij meertalige kinderen, en op spraakstoornissen zoals dyspraxie of articulatieproblemen veroorzaakt door functionele of anatomische afwijkingen.

Bij de derde editie (2019)
Tien jaren zijn verstreken sinds de eerste editie van dit boek. In deze periode sloeg ik de positieve ontwikkelingen op het gebied van diagnostiek en behandeling van taalstoornissen bij meertalige kinderen met groot genoegen gade. Het veld staat niet stil! Er is belangrijk wetenschappelijk en praktisch onderzoek uitgevoerd dat meer licht werpt op de problematiek van het diagnosticeren en behandelen van meertalige kinderen met een taalstoornis. Er zijn creatieve en innovatieve werkwijzen ontstaan,
en instrumenten zijn en worden ontwikkeld of aangepast voor andere talen.
Deze derde editie van het boek bevat, in de sectie ‘Materiaal- en literatuursuggesties’, enkele verwijzingen naar materiaal, boeken en artikelen die noemenswaard en relevant zijn voor mensen die zich bezighouden met de diagnostiek van taalstoornissen en de behandeling van meertalige kinderen met (en zonder) taalstoornissen, en met de begeleiding van hun ouders. Omdat verwijzingen naar websites snel hun actualiteit kunnen verliezen, vind je op www.clinicababilonica.eu altijd een actuele versie van dit overzicht van materiaal- en literatuursuggesties.
De derde editie reflecteert op meerdere manieren de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt in de wetenschap en in de praktijk van meertaligheid en taalstoornissen. Voor velen is dit boek daarvoor een stimulans geweest. Een uitputtend overzicht is niet te geven, maar die vooruitgang betreft onder meer de volgende ontwikkelingen
en tendensen:
• Het inzicht is gerezen dat een goede beheersing van de moedertaal en/of thuistaal waardevolle bijdragen levert aan het leren van het Nederlands, wat deze thuistaal dan ook is.
• In veel Europese landen is er sprake van een significante groei van het
wetenschappelijke onderzoek naar en van de belangstelling onder studenten in het fenomeen meertaligheid.
• Er wordt weer actief gedacht en gewerkt aan hoe constructief om te gaan met meertaligheid binnen het onderwijs.
• Er is een gestage toename van het aantal spraak-taaldeskundigen met een
migratieachtergrond, vooral logopedisten, die vanuit die achtergrond zelf
meertalig zijn.
• Veel, zo niet de meeste logopedisten die reeds aan het werk waren, hebben de afgelopen tien jaar via bijscholing kennis over de taalontwikkeling van meertalige kinderen verworven.
• Er is steeds meer diagnostisch materiaal beschikbaar voor meertalige kinderen met een taalstoornis