MeerTaalBlaBlog

Een kind uit Angola

Laatst zag ik een mevrouw uit Angola, Mevrouw Rosilda. Zij is nu zo’n 5 jaar in Nederland en kwam met haar dochter Marisa van 9 jaar. Thuis wordt heel weinig Nederlands gesproken. Er wordt vooral Portugees gesproken. Dat is niet de moedertaal van moeder, maar wel de taal van de vroegere koloniale bezetter en nu nog de officiële taal van Angola. Dochter Marisa wilde echter helemaal geen Portugees meer praten en de relatie tussen moeder en dochter wordt langzaam slechter. Er is immers geen gezamenlijke taal om goed met elkaar te kunnen communiceren.

Ik vroeg mevrouw Rosilda wat haar moedertaal is. “Portugees” zei ze..  
“Is dat de taal die uw ouders met u praatten?”
“Oh, dat? Dat is maar een dialect, Kimbundu. Dat is geen taal.

Jouw taal is geen taal. Het is maar een dialect!

“En, spreekt u ook Kimbundu met Marisa?”
“Nee, natuurlijk niet. Wat heeft zij daar nou weer aan?”
“En spreekt u zelf het Portugees goed?”
“Niet zo goed, maar beter dan Kimbundu.”

Wat heb ik hier meegemaakt?

  • Een immigrant vindt haar moedertaal Kimbundu niet waardevol; het is ‘maar’ een dialect, zoals ze al haar hele leven in Angola heeft horen zeggen. Dit gevoel is afkomstig van het principiële standpunt van de kolonisator: inheemse talen waren geen talen, nooit. Dat beeld is kennelijk succesvol overgedragen aan de bevolking in Angola.
  • Mevrouw Rosilda vindt, net als veel van haar landgenoten, dat Portugees een taal is met een veel hogere status. Toch is dat haar tweede taal en heeft ze er moeite mee.
  • Hier in Nederland is het nu noodzakelijk om snel en goed Nederlands te leren.
  • Thuis wil mevrouw Rosilda geen Kimbundu gebruiken, maar ze kan geen kwalitatief rijk Portugees, noch Nederlands, aan Marisa meegeven. Gevolg: minder goede communicatie en daarmee mogelijk een negatieve invloed op het doorgeven van normen en waarden.
  • Marisa spreekt nu Nederlands het beste, maar toch erg beperkt.

Zo’n situatie komt enorm veel voor en veroorzaakt veel verdriet in veel gezinnen. Ouders hebben het beste voor met hun kind maar overzien niet altijd de gevolgen van hun (taal)keuzen. Als ze daarin al wat te kiezen hebben/hadden.

Bij immigranten in Nederland is plotseling de nieuwe taal, Nederlands, de taal met de hoogste sociale status en grootste praktische waarde. Natuurlijk is het waar dat Nederlands leren prioriteit moet krijgen. Wat veel ouders en professionals niet weten is dat er veel aanwijzingen zijn dat het goed spreken van de moedertaal daar juist enorm aan kan bijdragen. Dan hebben we het nog niet gehad over de algemene voordelen van meertaligheid, zowel op cognitief als op carrièreniveau,  bijvoorbeeld van het voordeel een ongebruikelijke taal te kennen voor een Nederlands bedrijf dat naar bv Angola exporteert. Of over de culturele rijkdom die in taal opgeborgen zit.

Tips voor de logopedist

  • In de anamnese over het taalaanbod vraag door naar welke talen en dialecten worden gesproken.
  • Zoek even op internet waar die talen gesproken worden.
  • Misschien kun je zelfs wat vinden over de maatschappelijke status van die taal zodat je kunt anticiperen op de gevoelens van de cliënt over die taal.
  • Als je een tolk kunt gebruiken, is het minder belangrijk om een landgenoot van je cliënt te hebben dan een taalgenoot!

Weetjes

  • De taal Kimbundu komt onder meerdere schrijfwijzen en namen voor: Quimbundo, Dongo, Kindongo, Loanda, Mbundu, Loande, Luanda, Lunda, Mbundu, N’bundo, Nbundu, Ndongo.
  • Het Portugees dat in Brazilië wordt gesproken heeft, via Angolese slaven, veel woorden uit het Kimbundu overgenomen. Ook het bekende woord ‘Samba’ zou van het Kimbundu stammen.
  • Naast het Portugees, de ‘officiële taal’ van Angola, zijn er vier talen erkend als ‘nationale taal’: Kimbundu, Umbundu, Kikongo en Côkwe. Kimbundu is de tweede taal in omvang, met enkele miljoenen sprekers.

Ps. Mevrouw Rosilda bestaat niet, evenmin als haar dochter. Wie wel bestaan zijn de meerdere cliënten die ik heb (gehad) met een sterk overeenkomende achtergrond. Hiermee heb ik Rosilda samengesteld. Let goed op, dan kom je ook zo’n Rosilda tegen!

Vandaag is het internationale dag van de moedertaal

#Moedertaal is waarin een kind normen en waarden krijgt geleerd

Het idee om een internationale dag van de moedertaal te vieren was het initiatief van Bangladesh. In 1999 werd het voorstel door UNESCO goedgekeurd en sinds 2000 wordt er in de hele wereld aandacht aan besteed. 21 Februari is de dag dat in Bangladesh stil wordt gestaan bij de strijd om erkenning van de Bangla taal.

UNESCO gelooft in het belang van culturele en taalkundige diversiteit en dat deze bijdragen aan een duurzame samenleving.

Helaas staat taalkundige diversiteit in toenemende mate onder druk. Dit komt o.a. omdat sommige talen minder belangrijk of minder nuttig worden gevonden dan anderen. Sprekers van die talen zijn er in een steeds kleiner aantal en als gevolg daarvan verdwijnen steeds meer talen.

Respect voor je #Moedertaal is respect voor jou als mens

Ongeveer 40% van de wereldbevolking heeft geen toegang tot onderwijs in de taal die ze het beste spreken en begrijpen. Gelukkig is er ook vooruitgang. Er is steeds meer meertalig onderwijs, met de moedertaal als basis. Steeds meer wordt het belang hiervan ingezien, vooral in de beginfase van het onderwijs.
Bron: UNESCO

Moedertaal is waarin een kind normen en waarden krijgt geleerd. Hij geeft een gevoel van geborgenheid en thuis; hij is de basis voor het leren van andere talen; hoe rijker de moedertaal, hoe meer je hetzelfde wilt leren zeggen in andere talen die je leert.

Respect voor je moedertaal is respect voor jou als mens. Erkenning van je moedertaal laat jou er bij horen.

Proficiat Elma Blom

Prof. dr. Elma Blom is nu hoogleraar Taalontwikkeling en Meertaligheid in Gezin en Onderwijs bij de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Utrecht. Een groot deel van haar onderzoek en publicaties gaat over de taalontwikkeling van meertalige kinderen. Bij de aanvang van zo’n prestigieuze aanstelling hoort een spreekbeurt, een ‘oratie’. Het was erg leuk om daar op 11 januari  bij te zijn. Elma’s wetenschappelijk inzicht staat haar toe om haar persoonlijke ervaringen met een scherpere blik te interpreteren.  In haar oratie haalde zij hier wat van aan.

Zo was het gezin een paar jaar in Canada geweest. Terug  in Nederland werd dochter van 6 jaar  op de eerste schooldag getest met de cito-toetsen om vast te stellen of ze in groep 3 of 4 geplaatst zou worden. Wat bleek? Ze zou een taalachterstand hebben!

Elma vertelde dat dit kwam omdat dochter getest werd in een taal die ze nog niet voldoende beheerste voor onderwijsdoelen. Haar rapporten van de Engelstalige school waarop ze in Canada had gezeten lieten echter geen enkel probleem zien. En die eerste schooldag hier, waarop ze zich hadden verheugd, met nieuwe klasgenoten en een nieuwe juf of meester, werd eigenlijk een verdrietige dag…

Dat heeft deze hoogleraar flink doen twijfelen.

Helaas is haar ervaring de realiteit van veel kinderen die uit het buitenland naar Nederland komen en dus kennelijk ook van kinderen die in Nederland zijn geboren maar thuis of op hun school met een andere taal te maken hebben.

Het #onderwijs heeft een achterstand in de kennis over #taalachterstand

 ‘… Deze kinderen hebben geen taalachterstand.  Er bestaat wel een achterstand, maar dat is de achterstand in de kennis bij scholen en leerkrachten.’

Mijn reactie: dat klopt! Dit is natuurlijk een treurige realiteit maar wat ben ik blij dat iemand die op deze invloedrijke stoel zit, dit ook zo ziet ! Zo wordt de kans groter dat er iets verandert!

Als je meer wilt lezen: https://www.uu.nl/onderzoek/dynamics-of-youth/taalontwikkelingsexpert-elma-blom

Etiket ‘taalachterstand’ een bijdrage aan marginalisering?

Een tijdje geleden heb ik samen met mijn partners van Ways Home een interview gegeven aan het blad One World. Dat was leuk. Het interview heeft twee artikels opgeleverd (1) en (2).

Zo’n interview, de vragen die mij werden gesteld, de verbeteringen aan de concepten, etc., waren allemaal momenten om weer eens duidelijk te moeten formuleren waarop ik mijn meningen en gedachten precies baseer en hoe ik analyseer wat ik om mij heen waarneem.

Omdat mijn gebruik van het woord ‘taalachterstand’ discussie opriep, wil ik graag verduidelijken wat ik er mee bedoelde.

Dat een onvoldoende beheersing van het Nederlands, ten opzichte van wat verwacht wordt van een kind in een bepaalde groep op school, vaak een achterstand geeft in verschillende schoolvakken, is een realiteit. De blootstelling aan het Nederlands, die sommige kinderen hebben gehad op het moment dat ze naar school gaan, is nog niet voldoende om alles te begrijpen wat er wordt gezegd of om zich goed te kunnen uiten in het Nederlands. Ze kennen weinig Nederlandse woorden en hebben een nog eenvoudige zinsopbouw. Dit noemt men vaak een ‘taalachterstand’. Deze term is onnodig negatief. Hij impliceert dat de algehele taalontwikkeling achterloopt. Dat laatste is bij de meeste kinderen, die thuis dialect of een andere taal spreken, zeker niet het geval.

Als taalkundige vind ik dat deze situatie correct beschreven kan worden als een ‘voor onderwijsdoelen onvoldoende beheersing van het Nederlands’, of voor de insiders: een onvoldoende CAT [1]. Dit gebeurt omdat de meeste kinderen van anderstalige ouders thuis geen of weinig Nederlands spreken. In de meeste gevallen leren ze hun moedertaal voldoende goed om te kunnen communiceren met hun omgeving en de wereld te verkennen; ze hebben de zg. DAT[2]. Ze hebben géén taalachterstand ten opzichte van andere kinderen van dezelfde leeftijd die in dezelfde omstandigheden opgroeien.

Een #meertalig kind kent vaak meer woorden dan een eentalig kind!

Het is significant dat, als je de woordenschat van een meertalig kind in zijn verschillende talen optelt, hij vaak meer woorden kent dan een eentalig kind.

Het resultaat van zo’n verkeerd ‘etiket’ kan een verkeerd vervolgtraject zijn en een uiteindelijke onderbenutting van het talent van de betrokkene. Dat geldt voor dialectsprekers evengoed als voor mensen met een migratieachtergrond. De wat oudere Limburger, of Tukker, of welke streektaalspreker ook, kent daarvan wel voorbeelden. Dat geldt ook voor doven en slechthorenden. Het verkeerde etiket kan bijdragen bij aan marginalisering van een groep mensen die zich toch al regelmatig onheus bejegend voelt in onze samenleving. Dat kom ik helaas regelmatig tegen op mijn spreekuur.

[1] Cognitieve Abstracte/Academische Taalvaardigheden
[2] Dagelijkse Algemene Taalvaardigheden

Erfgoedtaal doorgeven – voor wie doe je dat eigenlijk?

Op het Drongo-festival in Nijmegen met plezier geluisterd naar Sabine Little, die zich bij de Universiteit van Sheffield (V.K.) o.a. bezig houdt met erfgoedtaal, ‘heritage language’.

Zij onderzoekt hoe meertaligheid in het gezin wordt aangepakt, en vooral wat daarvan de invloed is op emotie en welbevinden van de individuele gezinsleden.

Stof tot nadenken! Waar het referentiekader van veel deskundigen en betrokkenen vooral wordt gevormd door …

  1. de voordelen voor het kind van de meertalige situatie;
  2. de trots die het kind voelt op zijn meertaligheid, ondanks dat zijn kennis van de verschillende talen sterk verschilt tussen die talen, en;
  3. de door ouders gekozen of vanzelf ontstane ‘strategie’ voor meertaligheid, bv ‘een-ouder-een-taal’, ‘onder het avondeten praten we Frans’, etc., 

… stelt Little voor om ook te kijken naar het emotionele en socio-emotionele welbevinden van elk gezinslid.  Met haar onderzoek ondersteunt zij wetenschappelijk wat ik al lang om mij heen zie. Daar bestaat veel meer nuance. Er komen in gezinnen veel verschillende situaties voor, bijvoorbeeld:

Een paar valkuiltjes in #meertalig opvoeden
  • Een ouder voelt zich afgewezen als een kind diens taal afwijst.
  • Een kind gaat een taal haten omdat ouders zich als leraar gedragen en niet als ouder.
  • Ouders krijgen ruzie over welke taal gebruikt wordt als men bij elkaar is. Dit kan versterkt worden als een van de ouders de moedertaal van de andere ouder niet kent, maar deze toch in het gezin gebruikt wordt om die aan de kinderen mee te geven. Verdenkingen zoals “jullie zitten zeker over mij te praten” komen voor.
  • Een ouder accepteert niet dat het kind in een andere taal terug praat.
  • Van grootouders móet het kleinkind hun taal kunnen spreken, ook al wordt die in het gezin eigenlijk weinig gebruikt.

Little vindt het heel belangrijk wat de kinderen er zélf van vinden. Zo laat zij kinderen in een tekening van zichzelf inkleuren welke talen zij spreken en hoe belangrijk zij dit vinden.

Geniaal is Little’s pleidooi voor het opnemen van een vraag over meertalig opvoeden op het formulier dat aanstaande ouders in Wales invullen bij hun voorbereiding op de komst van hun kindje. Hiermee worden de ouders aangespoord om even stil te staan bij meertaligheid in hun eigen specifieke situatie.

Meer lezen? Klik hier voor een artikel van Little.

Bron van de afbeelding: Sabine Little’s Twitter-pagina

Welke taal spreekt u?

Gelukkig is de tijd voorbij dat we in onze verslagen opschreven dat onze cliënt of leerling ‘Marokkaans’ spreekt. (uhh, is die tijd echt voorbij?…). Tijd dus om een volgende verbetering en precisering aan te brengen die relevant is voor het correct documenteren en begrijpen van de taalachtergrond van de persoon voor ons.

#logopedie. Ik spreek Marokkaans!

Spreekt onze Marokkaanse cliënt of leerling Arabisch? Oké, in veel gevallen zal dat het antwoord zijn. Maar toch stel ik voor om daar een toevoeging bij te zetten: Marokkaans-Arabisch, ook wel Darija genaamd. De verschillen tussen de varianten van Arabisch zijn namelijk groot en niet alleen in uitspraak. Het Arabisch van de Maghreb (grofweg Noord-west Afrika) kent sterke invloeden van de Berber-talen en van het Frans. Dat kan zo bepalend zijn dat iemand uit, zeg Jordanië, soms liever naar het Engels schakelt met zijn Tunesische vriend dan dat zij proberen elkaars Arabisch te begrijpen.
Of, is Berber een taal van onze cliënt? In ook veel gevallen zal onze cliënt zelf dit antwoord geven. Wie ben jij om verder te vragen…. Maar toch ….., vraag verder! Je bent een taalprofessional! Ik ken een gemengd Marokkaans stel, een Marokkaans-Nederlandse dame getrouwd met een Marokkaans-Franse heer. Zij spreekt Tarifit; hij spreekt Tamazight (wat trouwens ook de verzamelnaam is van alle Berber-talen). En, de echtelieden kunnen daarin niet met elkaar praten!! De verschillen zijn heel erg groot en zij, beiden hoogopgeleid, wijken uit naar Arabisch en/of Frans, en/of Engels en/of Nederlands. Dat gaat verder prima. Een zeer meertalig gezin! En deze week hoorde ik Mohammed Benzakour (Tarifit-spreker) zeggen, dat hij Vladimir Poetin eerder zou verstaan dan Tamazight-sprekers!

Conclusie: ‘Berber’ is niet goed genoeg. Voortaan in onze verslagen bijvoorbeeld: Tarifit-Berber. Of alleen: Tarifit! Of een van de andere Berber-talen natuurlijk. Tip: vraag waar in Marokko de familie vandaan komt. noord-Marokko (Rif): waarschijnlijk Tarifit; midden-Marokko (Atlas): waarschijnlijk Tamazight.

Het laatste argument: niet elke Berber houdt van Berber! Het is de naam die anderen aan dit volk en de talengroep hebben gegeven; niet de door henzelf gekozen en gebruikte naam!

Voor een logopedist of andere professional is het belangrijk om te weten waar de fouten in het Nederlands vandaag kunnen komen. En als jouw Turkse cliënt dan Koerdisch blijkt te spreken als moedertaal, kun je er flink naast zitten! Kijk ook eens naar deze informatie van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Is ‘Chinees’ een taal? #logopedie

Nog eentje: wat doe je als iemand zegt dat zijn/haar taal Chinees is? Ken je zelf meer relevante voorbeelden, wellicht uit de eigen praktijk?

Bron van afbeelding: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/45/Map_of_African_languages.svg

Waarom heb je mij geen Yoruba geleerd?

Waarom heb je mij onze taal niet geleerd?
Vandaag zag ik deze korte video die deel uit maakt van een korte BBC verhalenreeks ‘One culture, two generations’. Het is een openhartig gesprek tussen een Nigeriaanse moeder en haar Nigeriaanse-Engelse dochter over wat het betekent om Engels te zijn met een Nigeriaanse afkomst. Vragen zoals ‘Waarom heb je mij onze taal niet geleerd?’, ‘Is taal voor jou een belangrijk deel van cultuur en waarom?’ en ‘Is het moeilijk voor jou om geen Yoruba te kunnen praten?’

Geweldig!! Veel onderwerpen in het gesprek zijn heel herkenbaar voor de situatie van anderstaligen in Nederland! Misschien ook wel voor dialectsprekers!

Ik hoop dat jullie ook genieten van dit ‘thought provoking’ gesprek over onderwerpen die belangrijk zijn in ons werk met anders- en meertalige gezinnen.

Bron van de foto: BBC. Uit de video geknipt.

Masterclass Schlichting-test een groot succes

Op vrijdag 28/9/18 vond de Masterclass ‘Heeft Tarik een TOS?’ plaats met als doel nieuwe inzichten te bespreken in de taaldiagnostiek bij meertalige kinderen. Ik maakte deel uit van de organiserende werkgroep, bijeen gebracht door dr. Liesbeth Schlichting.

Met een nieuwe wijze van scoren en interpreteren van de testresultaten kan men bij Turks-Nederlandse en de Marokkaans-Nederlandse (met als moedertaal een Berber-taal of Arabisch) kinderen makkelijker besluiten over het volgende:

  1. welke kinderen hebben taalhulp nodig;
  2. voor welke kinderen taalhulp op school voldoende is;
  3. welke kinderen logopedische behandeling hebben nodig ;
  4. welke kinderen hebben extra hulp nodig, bijvoorbeeld vanuit het onderwijs voor kinderen met een spraak- en taalstoornis.

Bij de circa 75 deelnemers riep deze materie veel vragen en discussie op. Mooi! Men was blij dat er eindelijk testgemiddelden bekend zijn voor tenminste deze twee grote groepen meertalige kinderen in Nederland.
Er was ook terechte bezorgdheid dat deze nieuwe informatie niet altijd correct zal worden gebruikt en geïnterpreteerd.
In januari 2019 doen we de masterclass nog een keer!

Onderzoek Dr. Schlichting: groot verschil in taalvaardigheid in het Nederlands tussen kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst

We testen kinderen om o.a. hun taalontwikkeling te beoordelen. Dat doen we door kinderen van dezelfde leeftijd, of die in dezelfde groep zitten, met elkaar te vergelijken. Daarvoor gebruiken we vooral tests die ontwikkeld en genormeerd zijn voor eentalige Nederlandstalige kinderen.
Toch is het bij meertalige kinderen absoluut niet wenselijk om die normen te gebruiken om hun taalontwikkeling in het Nederlands, die vaak hun tweede taal is, te beoordelen.
En als het gaat om het vaststellen of een meertalig kind een taalstoornis heeft of niet is het gebruik van normen voor eentalige kinderen zeker af te raden!
Om deze reden ben ik, samen met veel andere collega’s, bijzonder blij met de nieuwe inzichten die uit Schlichting’s onderzoek kwamen. Dit onderzoek levert gemiddelden op voor de Schlichting tests voor tenminste twee grote groepen meertalige kinderen in Nederland: de Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse (met moedertaal Berbers of Arabisch).
We moeten wel alert zijn op het feit dat dit onderzoek en gemiddelden slechts Turkse en Marokkaanse kinderen betreffen en dat zelfs binnen deze groepen een grote variatie bestaat in taalaanbod in het Nederlands. De anamnese wordt dus extra belangrijk om te weten hoe de taalontwikkeling is geweest en wat het patroon van taalaanbod is.
En ook belangrijk: het is niet wenselijk om deze gemiddelden toe te passen op andere etnische en taalgroepen.
Dit onderzoek bracht ook iets heel belangrijks aan het licht: dat twee groepen die een vergelijkbare achtergrond en geschiedenis hebben in Nederland toch een groot verschil in taalvaardigheid in het Nederlands laten zien! Deze wetenschap maakt ons weer eens bewust van de complexiteit van dit onderwerp en van de diversiteit van factoren die de taalontwikkeling van meertalige kinderen beïnvloedt.

Belangrijke ontwikkelingen in Nederlands beleid meertaligheid!

#taalbeleid #basisonderwijs Betere visie op #meertalig heid en onderwijs!

De laatste tijd zijn er belangrijke ontwikkelingen gaande in ons land met betrekking tot taal. Deze ontwikkelingen spelen in twee takken binnen de taalkunde die in de laatste jaren naar elkaar toe zijn gegroeid: Tweede taalverwerving en taalontwikkelingsstoornissen.
De nieuwe ontwikkelingen betreffen 1. Het taalbeleid in het onderwijs met betrekking tot de meertaligheid van de kinderen op school en 2. De diagnostiek van taalstoornissen bij meertalige kinderen (het onderscheid tussen een nog onvoldoende blootstelling aan het Nederlands en een taalstoornis).
In maart 2017 werd de handreiking “Ruimte voor nieuwe talenten – Keuzes voor nieuwkomers op de basisschool” gepresenteerd die tot stand is gebracht door een aantal taal- en onderwijsdeskundigen (schrijfgroep Lectoreninitiatief Professionalisering Taalonderwijs Nieuwkomers) in opdracht van het ministerie van Onderwijs en de PO-raad. De hoofdboodschap in deze handreiking is dat leerkrachten beter kunnen voortbouwen op wat de kinderen (nieuwkomers in Nederland) al kennen en met zich van huis meebrengen (o.a. hun moedertaal).
Deze boodschap geldt niet alleen voor de nieuwkomers maar ook voor andere migrantenkinderen en zelfs autochtone Nederlandse kinderen die thuis een andere taal spreken.
Deze boodschap is gefundeerd op talloze wetenschappelijk onderzoek en wordt al decennia lang overgedragen door taal- en onderwijskundigen. Nu is de stem van deskundigen eindelijk gehoord. Een mooie ontwikkeling en een belangrijke mijlpaal!