MeerTaalBlaBlog

TOS kan ook voorkomen bij meertalige kinderen, maar niet vaker dan bij eentalige kinderen!

Iets wat meertalige kinderen vanaf huis meenemen als ze naar de peuterspeelzaal of school gaan, is hun moedertaal of -talen. De taal waarin hun emotionele en sociale ontwikkeling is gestart en waarmee ze begonnen zijn de wereld te ontdekken.

Deze maand oktober besteden betrokken organisaties in Nederland extra aandacht aan TOS, taalontwikkelingsstoornis. Mijn part-time werkgever, Pento, heeft mij gevraagd om een bijdrage te schrijven over TOS bij meertalige kinderen en over het werk van het Audiologisch Centrum. Graag deel ik mijn tekst hier met jullie.

Meertalige leerlingen verschillen in hun moedertaal, in het moment waarop ze Nederlands gaan leren en ook in de hoeveelheid en kwaliteit Nederlands taalaanbod. Het is dan ook een grote opgave voor een leerkracht om les te geven aan een klas leerlingen met deze verschillende achtergronden.

Er zijn kinderen die de schooltaal (CAT) minder snel oppikken en over wie leerkrachten zich zorgen maken. Scholen vragen zich vaak af: ‘Heeft dit kind een blootstellingsachterstand aan het Nederlands of een taalontwikkelingsstoornis (TOS)?’. Een blootstellingsachterstand betekent dat het kind het Nederlands nog niet voldoende beheerst. Hij heeft nog niet voldoende ervaring met deze taal. Een taalontwikkelingsstoornis betekent dat het kind veel moeite heeft om taal te leren, ook zijn moedertaal en alle andere talen die hij daarnaast leert. Het is dan ook met die vraag van scholen dat steeds meer meertalige kinderen worden aangemeld bij Audiologische Centra (AC’s).

Om deze vraag te beantwoorden hebben we  kennis nodig van de normale taalontwikkeling van meertalige kinderen. Deze voegen we toe aan de kennis die we al hebben over TOS. Bij een meertalig kind met TOS doen zich, zoals gezegd, taalproblemen voor in alle talen van het kind, de moedertaal en nieuwe talen die hij leert. Dat is niet het geval bij meertalige kinderen die geen TOS hebben. Bij die kinderen is er soms onvoldoende blootstelling geweest aan het Nederlands, maar er zijn in principe geen problemen in de ontwikkeling van de moedertaal. Ons werk bestaat, als het ware, uit het leggen van een puzzel met stukjes uit verwante disciplines: NT2, Klinische Linguïstiek en Logopedie.
We moeten o.a. de volgende puzzelstukken leren (her)kennen:

  1. Rol van de omgeving: Kwaliteit en kwantiteit taalaanbod in beide talen is heel belangrijk: Hoeveel praten de ouders met het kind? Lezen ze voor? Dit bepaalt hoe goed de moedertaal is ontwikkeld. Heeft de leerkracht kennis van NT2 onderwijs? Zijn de omstandigheden en de sfeer op school positief voor de (taal)ontwikkeling van meertalige kinderen? Zijn ouders in staat om het kind te helpen? Dit heeft invloed op hoe goed en hoe snel het kind het Nederlands leert.
  2. Patronen in de normale meertalige taalontwikkeling: Wisselt het kind tijdens een gesprek van taal (codewisseling)? Wanneer en met wie doet het kind dat? Hoe vaak? Wat doet het kind als hij moeite heeft om op een woord te komen? Maakt het kind fouten in de zinsbouw? Wat voor fouten zijn dat? Zijn er fouten in het Nederlands die veroorzaakt worden door invloed van de andere taal of talen die het kind spreekt? Zijn dat fouten die ook in de normale taalontwikkeling van eentalige kinderen voorkomen? Zijn de zinnen, ondanks fouten, samengesteld en lang?
  3. Aanwijzingen (rode vlaggen) voor TOS: was de ontwikkeling in de moedertaal traag? Zijn er mensen in de familie die ook traag zijn of waren in hun taalontwikkeling? Is de communicatieve redzaamheid in de moedertaal beperkt? Is het kind onverstaanbaar? Zijn er veel fouten in de grammatica en zijn de zinnen te eenvoudig en kort? Heeft het kind moeite om mondelinge informatie te begrijpen?

Voor AC’s  betekent de toename van meertalige kinderen onder hun cliënten dat er in de afgelopen jaren kleine en grote veranderingen in de denk- en werkwijze zijn gekomen. Hierdoor wordt de diagnostiek steeds beter en het risico van over- of onderdiagnose steeds kleiner. Overdiagnose betekent dat een kind onterecht de diagnose TOS krijgt en onderdiagnose betekent dat de TOS niet wordt herkend bij een kind dat dat wel heeft.

Enkele voorbeelden van hoe onze AC’s nu werken:     

  • We voeren een uitgebreid gesprek met de ouders of verzorgers waarin wij o.a. vragen naar de kwaliteit en kwantiteit van het gebruik van verschillende talen, in verschillende dagelijkse situaties. Dit is belangrijke informatie bij het beoordelen van de beheersing van de talen.
  • We kijken niet alleen naar het Nederlands.
    We meten de taalvaardigheid van het kind in de verschillende talen en observeren ook hoe het kind reageert en leert van een voorbeeld tijdens de testafname. Dit nemen we mee in onze finale beoordeling van de taalontwikkeling van dat kind.
  • We gebruiken tolken.
    Als de onderzoeker de taal van het kind niet beheerst, werken we met tolken die opgeleid zijn om ons te assisteren.
  • NT2-blootstellingsachterstand is geen TOS.
    We realiseren ons dat er in de eerste fase van de NT2 ontwikkeling een groot verschil is tussen wat het kind weet (de conceptuele kennis) en wat hij kan zeggen (de taalvaardigheid) in de tweede taal. Het is dus belangrijk om het kind tijd te gunnen om het Nederlands beter te leren voordat we zijn taalvaardigheid in het Nederlands uitgebreid gaan onderzoeken. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we bijvoorbeeld dat de passieve woordenschat zich veel sneller ontwikkelt dan de actieve woordenschat. Na twee tot drie jaar basisonderwijs is de passieve woordenschat van een groot deel van de meertalige kinderen die het Nederlands als tweede of derde taal leert, op peil. Dat is dan nog niet het geval met de actieve woordenschat.
  • We maken onderscheid tussen DAT en CAT.
    We zijn ons ervan bewust dat een meertalig kind tegelijkertijd een grote vaardigheid kan laten zien in DAT én een beperkte vaardigheid in CAT. Dit verklaart waarom ouders vaak tevreden zijn met de taalontwikkeling van hun kind en menen dat hij/zij niets mankeert, terwijl logopedisten en school een beperkte taalvaardigheid zien en meten.
  • Ook een kind zonder TOS kan vaak hulp gebruiken.
    Bij de kinderen die geen TOS blijken te hebben, maar een trage taalontwikkeling laten zien, denken we mee en geven ouders en school advies over de stimulering van beide talen. We delen graag onze kennis en expertise over meertalig opgroeien. Een belangrijk advies aan scholen is: geef kinderen, vooral in de eerste fase van het Nederlands leren, de mogelijkheid om te ‘leunen’ op hun eerste taal. Laat ze die taal op school gebruiken als springplank om het Nederlands te leren. Zo geef je ze meer kans om te participeren, ondanks hun nog beperkte beheersing van het Nederlands. Om dit pleidooi beter te begrijpen, verwijzen we scholen  onder andere naar het document ‘Ruimte voor talenten’, te downloaden van de site van de Primaire Onderwijsraad: https://www.poraad.nl/ledenondersteuning/publicaties/school-kind-omgeving/ruimte-voor-nieuwe-talenten.

Er blijft (veel) ruimte voor verdere verbeteringen in de aanpak. De testen die AC’s beschikbaar hebben om de taalontwikkeling van meertalige kinderen te beoordelen, zijn testen die genormeerd zijn voor eentalige kinderen. Testen met normen voor meertalige kinderen bestaan nog nauwelijks. Ook doen de bestaande taaltesten een te groot beroep op CAT. Voor een betere diagnostiek van TOS bij meertaligen hebben we dringend beter testmateriaal  nodig. We zouden ons meer kunnen richten op hoe makkelijk en snel een kind DAT verwerft. Ook zou in de eerste jaren van blootstelling aan het Nederlands meer nadruk gelegd moeten worden op de passieve kennis, vooral op de ontwikkeling van de lexico-semantiek.
Wij stellen ons tot doel om de zorg voor onze jonge meertalige cliënten te verbeteren. Zoals hierboven wordt geïllustreerd,  zijn we op de goede weg!

De bovenstaande tekst is eerder gepubliceerd op de website van Pento, oktober 2020.

 

Meertalige kinderen na de lockdown en na de vakantie

Tijdens de lockdown stond de krant vol artikelen over de maatschappelijke gevolgen daarvan. Een van de vragen was: Wat betekent het voor leerlingen nu de scholen zijn gesloten en, met name, voor kinderen van immigranten?

De overheid en scholen maakten zich zorgen. Er werd voorspeld dat de beheersing van het Nederlands achteruit zou gaan en dat achterstand op school groot zou worden, nog groter dan ze al was. Dit zou gebeuren o.a. omdat kinderen minder Nederlands zouden horen en veel anderstalige ouders niet in staat zouden zijn om hun kinderen thuis te helpen met schoolwerk.

Gelukkig hebben leerkrachten veel energie gestoken in het voortzetten van het onderwijs en begeleiding door online les te geven en hebben vrijwilligers veel kinderen geholpen met hun huiswerk. Een geweldige prestatie!

Ik wil het hebben over ándere consequenties van de lockdown, namelijk die voor de algehele taalontwikkeling en voor de emotionele en sociale groei van deze kinderen. Had de lockdown hier ook invloed op?

Taalontwikkeling meertalige kinderen gaat prima door tijdens lockdown of vakantie

Ik zag iets positiefs ontstaan in deze periode. Gezinnen brachten meer tijd met elkaar door. Kinderen van anderstalige ouders werden meer blootgesteld aan de taal van hun ouders, hun moedertaal. Er werd meer ge(video)beld met andere familieleden. Ouders waarmee ik spreek, geven aan dat er nu tijd en aandacht was om rustig te communiceren. Zij zijn blij met de vorderingen van hun kinderen in de thuistaal.

Na de lockdown werden de gewone lessen hervat en werden kinderen weer meer aan het Nederlands blootgesteld. Dit was natuurlijk goed voor de ontwikkeling van deze taal. Toch maken leerkrachten zich zorgen over de waargenomen achteruitgang van de beheersing van het Nederlands bij sommige van hun leerlingen.

Deze zorgen zijn er echter niet alleen nú, in deze corona-crisis. Zij bestaan aan het begin van elk nieuw schooljaar als sommige kinderen gedurende de zomervakantie weinig Nederlands hebben gehoord of gesproken. Inmiddels zijn we midden in weer een zomervakantie, die dit keer bijna aansluitend op de lockdown begon. Dit betekent dat dezelfde kinderen een nog langere periode minder Nederlands horen en gebruiken.

Is er écht reden voor zorg? Onderzoek wijst uit dat kinderen goed in staat zijn om twee of meerdere talen tegelijkertijd te leren. Kinderen met een goede beheersing van hun moedertaal leren sneller en beter Nederlands dan kinderen die hun moedertaal niet goed beheersen. Iedereen weet dat als je meer blootgesteld wordt aan een taal, je die taal beter gaat beheersen. Als in de vakantie de blootstelling aan het Nederlands vermindert, vermindert ook de vloeiendheid in die taal. Dit ‘jojo-effect’ is een normaal verschijnsel in de meertalige taalontwikkeling. Om ouders te helpen de omvang van dit effect zo klein mogelijk te houden, geef ik hen vaak het onderstaande briefje. Het bevat concreet advies om de talen van meertalige kinderen te stimuleren. Desgewenst kun je het briefje hier downloaden Download.
Graag wil ik tzt deze brief in meerdere talen beschikbaar stellen. Een eerste vertaling, in het Portugees, vind u hier en in het Turks hier.
Dit advies is voor sommigen een ‘open deur’, maar mijn ervaring is dat er ouders zijn voor wie het bieden van een rijk taalaanbod niet zo vanzelfsprekend is, zeker als dit over het belang van de moedertaal gaat. Er is namelijk lang volgehouden dat men het gebruik van de moedertaal juist moest beperken. Gelukkig weten we nu allemaal beter.
Er circuleren vergelijkbare adviezen, dus ik heb zeker het wiel niet uitgevonden!

Beste ouder/verzorger,

Dit zijn enkele tips om u te helpen de meertalige taalontwikkeling van uw kind goed te stimuleren. Sommige dingen doet u waarschijnlijk al. Misschien zijn andere dingen nieuw. Misschien doet u dingen die niet in deze brief staan, die u leuk en nuttig vindt. Als u die met mij wilt delen ontvang ik graag een bericht van u via www.clinicababilonica.eu, zodat ik daar weer van kan leren en delen met andere ouders.

Dit zijn de tips:

  • Praat met uw kind in de taal die u het beste kent. Meestal is dat uw moedertaal. Dat is belangrijk zodat uw kind een goed voorbeeld heeft.
  • Praat met uw kind over wat jullie samen zien, doen en meemaken. Hierdoor hoort uw kind de klanken van uw taal en leert hij telkens nieuwe woorden en zinnen. Als uw kind in uw moedertaal veel woorden kent, zal hij beter Nederlands leren.
  • Zing samen met uw kind (kinder)liedjes in uw taal. Zingen is leerzaam en bijna elk kind vindt dat leuk.
  • Lees verhalen voor of vertel ze uit uw fantasie of herinnering. Doe dat in uw beste taal. Hierdoor leert uw kind meer woorden en leert hij zinnen beter begrijpen en maken.
    Op YouTube staat een filmpje “voorlezen doe je zo”:
    https://www.youtube.com/watch?v=gFg90GTIsUM met tips over hoe een verhaal voor te lezen.
  • Stimuleer uw kind om zelf verhalen te vertellen in welke taal hij wil. Praat er daarna over.
  • Kijk samen naar plaatjes in een boek of stripverhaal. Doe dan meer dan vragen “Wat is dit?”, maar help uw kind met vragen die beginnen met Wie, Wat, Waarom en Wanneer.  Bijvoorbeeld: ‘Wie speelt in het verhaal?’; ‘Wat doen ze?’; ‘Waarom doen ze dat?’; ‘Wanneer is dat gebeurd?’. Als hij hierover vertelt dan begrijpt een luisteraar het verhaal beter. Vooral op school is dit heel belangrijk.

 Soms is het lastig om boeken in andere talen te vinden.

  • Vraag er in uw openbare bibliotheek om. Als deze ze niet heeft, wil de bibliotheek ze misschien kopen.

Op de volgende websites vindt u boeken in verschillende talen en taalcombinaties om gratis te lezen of luisteren of te kopen:

We mogen het Nederlands niet vergeten. Dat is immers de schooltaal. Als u zelf niet goed Nederlands kent, kunt u organiseren dat uw kind meer Nederlands hoort. Dit kunt u bijvoorbeeld doen:

  • Kijk samen met uw kind educatieve televisieprogramma’s in het Nederlands. U kunt in uw eigen taal daarover napraten.
  • Stimuleer uw kind om na schooltijd met kinderen af te spreken die goed Nederlands spreken te spelen.
  • Bij een sportclub of een andere activiteit die hij leuk vindt, kan uw kind Nederlandssprekende mensen ontmoeten en met hen praten en zo nieuwe woorden leren.

 Uw eigen taal en cultuur zijn een mooie erfenis die u aan uw kind geeft! Van die erfenis zal hij zijn hele leven profijt hebben en hij zal er trots op kunnen zijn. Zijn meertaligheid heeft veel voordelen. Eén daarvan is dat u en uw kind gemakkelijk met elkaar kunnen praten. Dit is heel belangrijk voor zijn emotionele en sociale ontwikkeling en voor de ontwikkeling van zijn identiteit. En het is goed voor het hele gezin. Zorg dus dat de beheersing van de thuistaal NIET achteruitgaat op het moment dat uw kind Nederlands leert. Uw kind kan beide talen prima aan!

Als er lezers zijn die deze brief in een andere taal willen vertalen: Super! Stuur hem naar me op en ik plaats hem hierbij.

Bron van de afbeelding: https://id.theasianparent.com/read-aloud

Checklist voor meertalige jonge ouders

Dit is een checklist voor jullie: jonge en aanstaande ouders in Nederland, die hun kinderen meertalig willen laten opgroeien. De checklist is bedoeld om je aan te zetten tot nadenken, tot een gesprek tussen jullie als ouders onderling en tot het nemen van een (voorlopige) beslissing over keuzes die jullie kunnen of moeten maken.

Elk gezin is anders in wat betreft het aantal talen dat er gesproken wordt en in de mogelijkheden die het heeft om de taalontwikkeling van de kinderen te stimuleren. Enkele mogelijke situaties zijn:

  • Beide ouders hebben dezelfde moedertaal, niet zijnde Nederlands.
    bv twee Syrische ouders; het kind leert waarschijnlijk eerst Arabisch en later Nederlands wanneer hij naar de peuterspeelzaal gaat.
  • Een ouder spreekt Nederlands, de andere ouder heeft een andere moedertaal, maar kent goed Nederlands en de onderlinge taal is Nederlands.
    bv Nederlands-Fries stel bij wie de Friessprekende ouder ook heel goed Nederlands spreekt, zodat dat de onderlinge taal is. Het kind leert beide talen vanaf de geboorte.
  • Een ouder spreekt Nederlands, andere ouder heeft een andere moedertaal, onderling spreken ze die andere taal.
    bv Nederlands-Italiaans stel bij wie de Nederlandsspreker ook heel goed Italiaans spreekt, en dat is de onderlinge taal. Het kind leert beide talen vanaf de geboorte.
  • Een ouder is Nederlands, andere ouder heeft een andere moedertaal, maar geen van beiden spreekt elkaars moedertaal zodat ze uitwijken naar een derde taal.
    bv Nederlands-Chinees stel, dat onderling Engels spreekt. Een mogelijk scenario is dat iedere ouder de eigen taal met het kind spreekt en dat het kind Engels leert uit de gesprekken van zijn ouders. Het kind groeit op met drie talen.
  • De ouders spreken elkaars moedertaal niet en ze spreken ook (nog) geen Nederlands. Ze spreken beiden wel Engels, en dat is de taal waarmee ze met elkaar communiceren.
    bv Duits-Turks stel, dat onderling Engels spreekt. Het kind groeit op met 4 talen. De ouders spreken elk de eigen moedertaal met hem. Hij zal in het gezin dagelijks Engels horen en zal vanaf de peuterspeelzaal/school en met vrienden snel Nederlands leren.

Herken je jezelf in een van deze voorbeelden? Of is je situatie een beetje anders? Doorloop samen de volgende vragen:

Hier al aan gedacht, jij, aanstaande meertalige ouder??

1. Het is belangrijk dat jullie praten over de meertalige opvoeding van jullie kind. Het liefst vindt zo’n gesprek plaats voordat het kind geboren is. Dit helpt om eenduidigheid te hebben over wat jullie eigen wensen zijn. Dit is nodig om de taalontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te stimuleren. Kinderen kunnen gemakkelijk meerdere talen leren. Ouders moeten zich wel bewust zijn dat voor een goede taalontwikkeling, ongeacht de taalcombinatie, het kind een rijk taalaanbod verdient in iedere taal!

2. Bespreek samen welke talen ieder van jullie wilt dat het kind leert en waarom:

  • moeders moedertaal is belangrijk, omdat…
  • vaders moedertaal is belangrijk, omdat…
  • het Nederlands is belangrijk, omdat…
  • de taal … is belangrijk, omdat…

3. Wil je dat jullie kind jullie beider cultuur kent, waardeert en belangrijk vindt, en er trots op is? Wat gaan jullie doen om dat te bereiken?

4. Welke strategie willen jullie kiezen om met meertaligheid om te gaan? De ene strategie is niet per se beter dan de ander. Ieder gezin vindt er een die het best bij hen past. Het schept helderheid en rust als je een beetje consequent probeert te zijn. Niet te rigide doen, hoor! Voorbeelden zijn:

  • een ouder–een taal (iedere ouder spreekt de eigen moedertaal met het kind)
  • een taal voor elke situatie (bij het avondeten praten we Grieks…)
  • een taal, afhankelijk van aanwezigheid van derden (de buurvrouw kent geen Arabisch; als zij er is praten we Nederlands)

5. Inventariseer wie jullie kan helpen in het bieden van een rijke taalomgeving voor jullie kind. In jullie omgeving zijn er misschien andere sprekers van de talen die je belangrijk vindt voor je kind en met wie jullie kind een groter en meer divers aanbod aan die talen kan krijgen. Ook veel voorlezen helpt, dingen benoemen, etc.!

6. Evalueer je aanpak van tijd tot tijd en pas hem aan naar jullie situatie. Denk niet alleen aan wat gaat gebeuren op korte termijn, maar betrek bij overwegingen langetermijnplanning zoals in welk land/regio jullie de komende jaren denken te wonen. Betekent dat nog iets voor het leren van welke taal?

7. Realiseer je dat jullie taalkeuzes van jullie zijn. Misschien maakt jullie kind soms een andere keuze. Een bekend fenomeen is dat het kind Nederlands terug gaat praten tegen een anderstalige ouder. Laat het en dwing nooit! Prijs je kinds meertaligheid en hoe uniek het is dat hij meer dan een taal spreekt. Richt je op trots en op het kunnen communiceren en niet op foutloze vloeiende beheersing!! Het allerlaatste wat je wilt is een negatief gevoel oproepen bij een bepaalde taal!

Ik hoop dat deze checklist jullie helpt om met elkaar in gesprek te gaan en keuzes te maken.

Vertalingen gevraagd! Als iemand een vertaling maakt van deze checklist, naar welke taal dan ook, dan plaats ik die hier graag bij!

Download Professionals aan wie vaak vragen gesteld worden over meertalig opvoeden, kunnen deze checklist downloaden als pdf-bestand, printen, en overhandigen aan geïnteresseerde ouders.

Bron van de afbeelding: https://bilingualkidspot.com

O Aruba, dushi tera

Ik heb nog een stukje wat al lang op de digitale stapel lag. Onderop…

In 2017 ben ik in opdracht van de FENAC (Federatie van Nederlandse Audiologische Centra) op Aruba geweest. Dit werkbezoek vond plaats in het kader van de samenwerking tussen FENAC en haar ‘Arubaanse zuster’ FEPO (Fundacion pa Esnan cu Problema di Oido = Stichting voor allen met gehoorproblemen) die sinds 2014 bijzonder lid is van de FENAC. De samenwerking heeft als doel om op Aruba de expertise op het gebied van audiologie en taal-spraakstoornissen te versterken.

Op Aruba is meertaligheid de norm, nog meer dan in Nederland. Een groot deel van de bevolking spreekt thuis alleen of voornamelijk Papiamento. De meeste kinderen worden van jongs af aan blootgesteld aan de twee officiële talen: Papiamento en Nederlands. Ook worden er andere talen gesproken zoals Spaans en Engels, mede door de vele immigranten .

Wat is Papiamento een leuke en rijke creooltaal, zeg!! Het lijkt sterk op de creooltaal van de Kaapverdische Eilanden en is voor een enorm groot deel gebaseerd op het Portugees. Omdat Portugees mijn moedertaal is, kon ik snel enkele woorden en zinnen leren en kon ik enkele gesprekken begrijpen. Ik weet zeker dat ik het met een paar maanden op Aruba een heel eind zou kunnen verstaan en spreken! En, met mijn kleurtje, dachten heel wat Arubanen dat ik van het eiland was en het al kende…

Ik zat me te bedenken of dit iets betekent voor logopedisten in Nederland (Rotterdam?) die Papiamento spreken en cliënten hebben van Kaapverdiaanse afkomst. Of ze kunnen collega’s helpen met deze cliënten. Denk aan dementerende of afatische ouderen die soms terugvallen op hun moedertaal en hoe die het fijnste ook in die moedertaal begeleid kunnen worden!

Als je een Papiamento –sprekende klant krijgt/hebt, kijk dan zeker hier!

ps als iemand dit blogbericht in het Papiamento wil vertalen, dan zou ik dat superleuk vinden en zet ik het hieronder neer!

Bron van de foto: https://www.youtube.com/watch?v=AOHOuqFJ38o met het volkslied van Aruba.

Taalstoornissen bij meertalige kinderen, herziene geactualiseerde druk

Hij is er!! De geactualiseerde druk van ‘Taalstoornissen bij meertalige kinderen’!!

Deze derde editie reflecteert op meerdere manieren de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt in de wetenschap en in de praktijk van meertaligheid en taalstoornissen. Voor velen is dit boek daarvoor een stimulans geweest. Die vooruitgang betreft onder meer de volgende ontwikkelingen en tendensen:

Groen, hè?
  • In veel Europese landen is er sprake van een significante groei van het wetenschappelijke onderzoek naar het fenomeen meertaligheid.
  • Er is dan ook meer (maar nog steeds te weinig!) diagnostisch materiaal beschikbaar voor meertalige kinderen met een taalstoornis.
  • Er wordt weer constructief gedacht over meertaligheid binnen het onderwijs en de logopediepraktijk.

Dank aan iedereen die heeft meegelezen, bijgedragen en mij heeft geïnspireerd! Niet in laatste plaats de kinderen zelf!!

Als jij het boek gaat gebruiken, houd ik me altijd aanbevolen voor correcties en opmerkingen!

Een kind uit Angola

Laatst zag ik een mevrouw uit Angola, Mevrouw Rosilda. Zij is nu zo’n 5 jaar in Nederland en kwam met haar dochter Marisa van 9 jaar. Thuis wordt heel weinig Nederlands gesproken. Er wordt vooral Portugees gesproken. Dat is niet de moedertaal van moeder, maar wel de taal van de vroegere koloniale bezetter en nu nog de officiële taal van Angola. Dochter Marisa wilde echter helemaal geen Portugees meer praten en de relatie tussen moeder en dochter wordt langzaam slechter. Er is immers geen gezamenlijke taal om goed met elkaar te kunnen communiceren.

Ik vroeg mevrouw Rosilda wat haar moedertaal is. “Portugees” zei ze..  
“Is dat de taal die uw ouders met u praatten?”
“Oh, dat? Dat is maar een dialect, Kimbundu. Dat is geen taal.

Jouw taal is geen taal. Het is maar een dialect!

“En, spreekt u ook Kimbundu met Marisa?”
“Nee, natuurlijk niet. Wat heeft zij daar nou weer aan?”
“En spreekt u zelf het Portugees goed?”
“Niet zo goed, maar beter dan Kimbundu.”

Wat heb ik hier meegemaakt?

  • Een immigrant vindt haar moedertaal Kimbundu niet waardevol; het is ‘maar’ een dialect, zoals ze al haar hele leven in Angola heeft horen zeggen. Dit gevoel is afkomstig van het principiële standpunt van de kolonisator: inheemse talen waren geen talen, nooit. Dat beeld is kennelijk succesvol overgedragen aan de bevolking in Angola.
  • Mevrouw Rosilda vindt, net als veel van haar landgenoten, dat Portugees een taal is met een veel hogere status. Toch is dat haar tweede taal en heeft ze er moeite mee.
  • Hier in Nederland is het nu noodzakelijk om snel en goed Nederlands te leren.
  • Thuis wil mevrouw Rosilda geen Kimbundu gebruiken, maar ze kan geen kwalitatief rijk Portugees, noch Nederlands, aan Marisa meegeven. Gevolg: minder goede communicatie en daarmee mogelijk een negatieve invloed op het doorgeven van normen en waarden.
  • Marisa spreekt nu Nederlands het beste, maar toch erg beperkt.

Zo’n situatie komt enorm veel voor en veroorzaakt veel verdriet in veel gezinnen. Ouders hebben het beste voor met hun kind maar overzien niet altijd de gevolgen van hun (taal)keuzen. Als ze daarin al wat te kiezen hebben/hadden.

Bij immigranten in Nederland is plotseling de nieuwe taal, Nederlands, de taal met de hoogste sociale status en grootste praktische waarde. Natuurlijk is het waar dat Nederlands leren prioriteit moet krijgen. Wat veel ouders en professionals niet weten is dat er veel aanwijzingen zijn dat het goed spreken van de moedertaal daar juist enorm aan kan bijdragen. Dan hebben we het nog niet gehad over de algemene voordelen van meertaligheid, zowel op cognitief als op carrièreniveau,  bijvoorbeeld van het voordeel een ongebruikelijke taal te kennen voor een Nederlands bedrijf dat naar bv Angola exporteert. Of over de culturele rijkdom die in taal opgeborgen zit.

Tips voor de logopedist

  • In de anamnese over het taalaanbod vraag door naar welke talen en dialecten worden gesproken.
  • Zoek even op internet waar die talen gesproken worden.
  • Misschien kun je zelfs wat vinden over de maatschappelijke status van die taal zodat je kunt anticiperen op de gevoelens van de cliënt over die taal.
  • Als je een tolk kunt gebruiken, is het minder belangrijk om een landgenoot van je cliënt te hebben dan een taalgenoot!

Weetjes

  • De taal Kimbundu komt onder meerdere schrijfwijzen en namen voor: Quimbundo, Dongo, Kindongo, Loanda, Mbundu, Loande, Luanda, Lunda, Mbundu, N’bundo, Nbundu, Ndongo.
  • Het Portugees dat in Brazilië wordt gesproken heeft, via Angolese slaven, veel woorden uit het Kimbundu overgenomen. Ook het bekende woord ‘Samba’ zou van het Kimbundu stammen.
  • Naast het Portugees, de ‘officiële taal’ van Angola, zijn er vier talen erkend als ‘nationale taal’: Kimbundu, Umbundu, Kikongo en Côkwe. Kimbundu is de tweede taal in omvang, met enkele miljoenen sprekers.

Ps. Mevrouw Rosilda bestaat niet, evenmin als haar dochter. Wie wel bestaan zijn de meerdere cliënten die ik heb (gehad) met een sterk overeenkomende achtergrond. Hiermee heb ik Rosilda samengesteld. Let goed op, dan kom je ook zo’n Rosilda tegen!

Vandaag is het internationale dag van de moedertaal

#Moedertaal is waarin een kind normen en waarden krijgt geleerd

Het idee om een internationale dag van de moedertaal te vieren was het initiatief van Bangladesh. In 1999 werd het voorstel door UNESCO goedgekeurd en sinds 2000 wordt er in de hele wereld aandacht aan besteed. 21 Februari is de dag dat in Bangladesh stil wordt gestaan bij de strijd om erkenning van de Bangla taal.

UNESCO gelooft in het belang van culturele en taalkundige diversiteit en dat deze bijdragen aan een duurzame samenleving.

Helaas staat taalkundige diversiteit in toenemende mate onder druk. Dit komt o.a. omdat sommige talen minder belangrijk of minder nuttig worden gevonden dan anderen. Sprekers van die talen zijn er in een steeds kleiner aantal en als gevolg daarvan verdwijnen steeds meer talen.

Respect voor je #Moedertaal is respect voor jou als mens

Ongeveer 40% van de wereldbevolking heeft geen toegang tot onderwijs in de taal die ze het beste spreken en begrijpen. Gelukkig is er ook vooruitgang. Er is steeds meer meertalig onderwijs, met de moedertaal als basis. Steeds meer wordt het belang hiervan ingezien, vooral in de beginfase van het onderwijs.
Bron: UNESCO

Moedertaal is waarin een kind normen en waarden krijgt geleerd. Hij geeft een gevoel van geborgenheid en thuis; hij is de basis voor het leren van andere talen; hoe rijker de moedertaal, hoe meer je hetzelfde wilt leren zeggen in andere talen die je leert.

Respect voor je moedertaal is respect voor jou als mens. Erkenning van je moedertaal laat jou er bij horen.

Proficiat Elma Blom

Prof. dr. Elma Blom is nu hoogleraar Taalontwikkeling en Meertaligheid in Gezin en Onderwijs bij de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Utrecht. Een groot deel van haar onderzoek en publicaties gaat over de taalontwikkeling van meertalige kinderen. Bij de aanvang van zo’n prestigieuze aanstelling hoort een spreekbeurt, een ‘oratie’. Het was erg leuk om daar op 11 januari  bij te zijn. Elma’s wetenschappelijk inzicht staat haar toe om haar persoonlijke ervaringen met een scherpere blik te interpreteren.  In haar oratie haalde zij hier wat van aan.

Zo was het gezin een paar jaar in Canada geweest. Terug  in Nederland werd dochter van 6 jaar  op de eerste schooldag getest met de cito-toetsen om vast te stellen of ze in groep 3 of 4 geplaatst zou worden. Wat bleek? Ze zou een taalachterstand hebben!

Elma vertelde dat dit kwam omdat dochter getest werd in een taal die ze nog niet voldoende beheerste voor onderwijsdoelen. Haar rapporten van de Engelstalige school waarop ze in Canada had gezeten lieten echter geen enkel probleem zien. En die eerste schooldag hier, waarop ze zich hadden verheugd, met nieuwe klasgenoten en een nieuwe juf of meester, werd eigenlijk een verdrietige dag…

Helaas is haar ervaring de realiteit van veel kinderen die uit het buitenland naar Nederland komen en dus kennelijk ook van kinderen die in Nederland zijn geboren maar thuis of op hun school met een andere taal te maken hebben.

Het #onderwijs heeft een achterstand in de kennis over #taalachterstand

 ‘… Deze kinderen hebben geen taalachterstand.  Er bestaat wel een achterstand, maar dat is de achterstand in de kennis bij scholen en leerkrachten.’

Mijn reactie: dat klopt! Dit is natuurlijk een treurige realiteit maar wat ben ik blij dat iemand die op deze invloedrijke stoel zit, dit ook zo ziet ! Zo wordt de kans groter dat er iets verandert!

Als je meer wilt lezen: https://www.uu.nl/onderzoek/dynamics-of-youth/taalontwikkelingsexpert-elma-blom

Etiket ‘taalachterstand’ een bijdrage aan marginalisering?

Een tijdje geleden heb ik samen met mijn partners van Ways Home een interview gegeven aan het blad One World. Dat was leuk. Het interview heeft twee artikels opgeleverd (1) en (2).

Zo’n interview, de vragen die mij werden gesteld, de verbeteringen aan de concepten, etc., waren allemaal momenten om weer eens duidelijk te moeten formuleren waarop ik mijn meningen en gedachten precies baseer en hoe ik analyseer wat ik om mij heen waarneem.

Omdat mijn gebruik van het woord ‘taalachterstand’ discussie opriep, wil ik graag verduidelijken wat ik er mee bedoelde.

Dat een onvoldoende beheersing van het Nederlands, ten opzichte van wat verwacht wordt van een kind in een bepaalde groep op school, vaak een achterstand geeft in verschillende schoolvakken, is een realiteit. De blootstelling aan het Nederlands, die sommige kinderen hebben gehad op het moment dat ze naar school gaan, is nog niet voldoende om alles te begrijpen wat er wordt gezegd of om zich goed te kunnen uiten in het Nederlands. Ze kennen weinig Nederlandse woorden en hebben een nog eenvoudige zinsopbouw. Dit noemt men vaak een ‘taalachterstand’. Deze term is onnodig negatief. Hij impliceert dat de algehele taalontwikkeling achterloopt. Dat laatste is bij de meeste kinderen, die thuis dialect of een andere taal spreken, zeker niet het geval.

Als taalkundige vind ik dat deze situatie correct beschreven kan worden als een ‘voor onderwijsdoelen onvoldoende beheersing van het Nederlands’, of voor de insiders: een onvoldoende CAT [1]. Dit gebeurt omdat de meeste kinderen van anderstalige ouders thuis geen of weinig Nederlands spreken. In de meeste gevallen leren ze hun moedertaal voldoende goed om te kunnen communiceren met hun omgeving en de wereld te verkennen; ze hebben de zg. DAT[2]. Ze hebben géén taalachterstand ten opzichte van andere kinderen van dezelfde leeftijd die in dezelfde omstandigheden opgroeien.

Een #meertalig kind kent vaak meer woorden dan een eentalig kind!

Het is significant dat, als je de woordenschat van een meertalig kind in zijn verschillende talen optelt, hij vaak meer woorden kent dan een eentalig kind.

Het resultaat van zo’n verkeerd ‘etiket’ kan een verkeerd vervolgtraject zijn en een uiteindelijke onderbenutting van het talent van de betrokkene. Dat geldt voor dialectsprekers evengoed als voor mensen met een migratieachtergrond. De wat oudere Limburger, of Tukker, of welke streektaalspreker ook, kent daarvan wel voorbeelden. Dat geldt ook voor doven en slechthorenden. Het verkeerde etiket kan bijdragen bij aan marginalisering van een groep mensen die zich toch al regelmatig onheus bejegend voelt in onze samenleving. Dat kom ik helaas regelmatig tegen op mijn spreekuur.

[1] Cognitieve Abstracte/Academische Taalvaardigheden
[2] Dagelijkse Algemene Taalvaardigheden

Erfgoedtaal doorgeven – voor wie doe je dat eigenlijk?

Op het Drongo-festival in Nijmegen met plezier geluisterd naar Sabine Little, die zich bij de Universiteit van Sheffield (V.K.) o.a. bezig houdt met erfgoedtaal, ‘heritage language’.

Zij onderzoekt hoe meertaligheid in het gezin wordt aangepakt, en vooral wat daarvan de invloed is op emotie en welbevinden van de individuele gezinsleden.

Stof tot nadenken! Waar het referentiekader van veel deskundigen en betrokkenen vooral wordt gevormd door …

  1. de voordelen voor het kind van de meertalige situatie;
  2. de trots die het kind voelt op zijn meertaligheid, ondanks dat zijn kennis van de verschillende talen sterk verschilt tussen die talen, en;
  3. de door ouders gekozen of vanzelf ontstane ‘strategie’ voor meertaligheid, bv ‘een-ouder-een-taal’, ‘onder het avondeten praten we Frans’, etc., 

… stelt Little voor om ook te kijken naar het emotionele en socio-emotionele welbevinden van elk gezinslid.  Met haar onderzoek ondersteunt zij wetenschappelijk wat ik al lang om mij heen zie. Daar bestaat veel meer nuance. Er komen in gezinnen veel verschillende situaties voor, bijvoorbeeld:

Een paar valkuiltjes in #meertalig opvoeden
  • Een ouder voelt zich afgewezen als een kind diens taal afwijst.
  • Een kind gaat een taal haten omdat ouders zich als leraar gedragen en niet als ouder.
  • Ouders krijgen ruzie over welke taal gebruikt wordt als men bij elkaar is. Dit kan versterkt worden als een van de ouders de moedertaal van de andere ouder niet kent, maar deze toch in het gezin gebruikt wordt om die aan de kinderen mee te geven. Verdenkingen zoals “jullie zitten zeker over mij te praten” komen voor.
  • Een ouder accepteert niet dat het kind in een andere taal terug praat.
  • Van grootouders móet het kleinkind hun taal kunnen spreken, ook al wordt die in het gezin eigenlijk weinig gebruikt.

Little vindt het heel belangrijk wat de kinderen er zélf van vinden. Zo laat zij kinderen in een tekening van zichzelf inkleuren welke talen zij spreken en hoe belangrijk zij dit vinden.

Geniaal is Little’s pleidooi voor het opnemen van een vraag over meertalig opvoeden op het formulier dat aanstaande ouders in Wales invullen bij hun voorbereiding op de komst van hun kindje. Hiermee worden de ouders aangespoord om even stil te staan bij meertaligheid in hun eigen specifieke situatie.

Meer lezen? Klik hier voor een artikel van Little.

Bron van de afbeelding: Sabine Little’s Twitter-pagina