Welke taal spreekt u?

Gelukkig is de tijd voorbij dat we in onze verslagen opschreven dat onze cliënt of leerling ‘Marokkaans’ spreekt. (uhh, is die tijd echt voorbij?…). Tijd dus om een volgende verbetering en precisering aan te brengen die relevant is voor het correct documenteren en begrijpen van de taalachtergrond van de persoon voor ons.

#logopedie. Ik spreek Marokkaans!

Spreekt onze Marokkaanse cliënt of leerling Arabisch? Oké, in veel gevallen zal dat het antwoord zijn. Maar toch stel ik voor om daar een toevoeging bij te zetten: Marokkaans-Arabisch, ook wel Darija genaamd. De verschillen tussen de varianten van Arabisch zijn namelijk groot en niet alleen in uitspraak. Het Arabisch van de Maghreb (grofweg Noord-west Afrika) kent sterke invloeden van de Berber-talen en van het Frans. Dat kan zo bepalend zijn dat iemand uit, zeg Jordanië, soms liever naar het Engels schakelt met zijn Tunesische vriend dan dat zij proberen elkaars Arabisch te begrijpen.
Of, is Berber een taal van onze cliënt? In ook veel gevallen zal onze cliënt zelf dit antwoord geven. Wie ben jij om verder te vragen…. Maar toch ….., vraag verder! Je bent een taalprofessional! Ik ken een gemengd Marokkaans stel, een Marokkaans-Nederlandse dame getrouwd met een Marokkaans-Franse heer. Zij spreekt Tarifit; hij spreekt Tamazight (wat trouwens ook de verzamelnaam is van alle Berber-talen). En, de echtelieden kunnen daarin niet met elkaar praten!! De verschillen zijn heel erg groot en zij, beiden hoogopgeleid, wijken uit naar Arabisch en/of Frans, en/of Engels en/of Nederlands. Dat gaat verder prima. Een zeer meertalig gezin! En deze week hoorde ik Mohammed Benzakour (Tarifit-spreker) zeggen, dat hij Vladimir Poetin eerder zou verstaan dan Tamazight-sprekers!

Conclusie: ‘Berber’ is niet goed genoeg. Voortaan in onze verslagen bijvoorbeeld: Tarifit-Berber. Of alleen: Tarifit! Of een van de andere Berber-talen natuurlijk. Tip: vraag waar in Marokko de familie vandaan komt. noord-Marokko (Rif): waarschijnlijk Tarifit; midden-Marokko (Atlas): waarschijnlijk Tamazight.

Het laatste argument: niet elke Berber houdt van Berber! Het is de naam die anderen aan dit volk en de talengroep hebben gegeven; niet de door henzelf gekozen en gebruikte naam!

Voor een logopedist of andere professional is het belangrijk om te weten waar de fouten in het Nederlands vandaag kunnen komen. En als jouw Turkse cliënt dan Koerdisch blijkt te spreken als moedertaal, kun je er flink naast zitten! Kijk ook eens naar deze informatie van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Is ‘Chinees’ een taal? #logopedie

Nog eentje: wat doe je als iemand zegt dat zijn/haar taal Chinees is? Ken je zelf meer relevante voorbeelden, wellicht uit de eigen praktijk?

Bron van afbeelding: https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/4/45/Map_of_African_languages.svg

Masterclass Schlichting-test een groot succes

Op vrijdag 28/9/18 vond de Masterclass ‘Heeft Tarik een TOS?’ plaats met als doel nieuwe inzichten te bespreken in de taaldiagnostiek bij meertalige kinderen. Ik maakte deel uit van de organiserende werkgroep, bijeen gebracht door dr. Liesbeth Schlichting.

Met een nieuwe wijze van scoren en interpreteren van de testresultaten kan men bij Turks-Nederlandse en de Marokkaans-Nederlandse (met als moedertaal een Berber-taal of Arabisch) kinderen makkelijker besluiten over het volgende:

  1. welke kinderen hebben taalhulp nodig;
  2. voor welke kinderen taalhulp op school voldoende is;
  3. welke kinderen logopedische behandeling hebben nodig ;
  4. welke kinderen hebben extra hulp nodig, bijvoorbeeld vanuit het onderwijs voor kinderen met een spraak- en taalstoornis.

Bij de circa 75 deelnemers riep deze materie veel vragen en discussie op. Mooi! Men was blij dat er eindelijk testgemiddelden bekend zijn voor tenminste deze twee grote groepen meertalige kinderen in Nederland.
Er was ook terechte bezorgdheid dat deze nieuwe informatie niet altijd correct zal worden gebruikt en geïnterpreteerd.
In januari 2019 doen we de masterclass nog een keer!

Onderzoek Dr. Schlichting: groot verschil in taalvaardigheid in het Nederlands tussen kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst

We testen kinderen om o.a. hun taalontwikkeling te beoordelen. Dat doen we door kinderen van dezelfde leeftijd, of die in dezelfde groep zitten, met elkaar te vergelijken. Daarvoor gebruiken we vooral tests die ontwikkeld en genormeerd zijn voor eentalige Nederlandstalige kinderen.
Toch is het bij meertalige kinderen absoluut niet wenselijk om die normen te gebruiken om hun taalontwikkeling in het Nederlands, die vaak hun tweede taal is, te beoordelen.
En als het gaat om het vaststellen of een meertalig kind een taalstoornis heeft of niet is het gebruik van normen voor eentalige kinderen zeker af te raden!
Om deze reden ben ik, samen met veel andere collega’s, bijzonder blij met de nieuwe inzichten die uit Schlichting’s onderzoek kwamen. Dit onderzoek levert gemiddelden op voor de Schlichting tests voor tenminste twee grote groepen meertalige kinderen in Nederland: de Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse (met moedertaal Berbers of Arabisch).
We moeten wel alert zijn op het feit dat dit onderzoek en gemiddelden slechts Turkse en Marokkaanse kinderen betreffen en dat zelfs binnen deze groepen een grote variatie bestaat in taalaanbod in het Nederlands. De anamnese wordt dus extra belangrijk om te weten hoe de taalontwikkeling is geweest en wat het patroon van taalaanbod is.
En ook belangrijk: het is niet wenselijk om deze gemiddelden toe te passen op andere etnische en taalgroepen.
Dit onderzoek bracht ook iets heel belangrijks aan het licht: dat twee groepen die een vergelijkbare achtergrond en geschiedenis hebben in Nederland toch een groot verschil in taalvaardigheid in het Nederlands laten zien! Deze wetenschap maakt ons weer eens bewust van de complexiteit van dit onderwerp en van de diversiteit van factoren die de taalontwikkeling van meertalige kinderen beïnvloedt.