Onderzoek Dr. Schlichting: groot verschil in taalvaardigheid in het Nederlands tussen kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst

We testen kinderen om o.a. hun taalontwikkeling te beoordelen. Dat doen we door kinderen van dezelfde leeftijd, of die in dezelfde groep zitten, met elkaar te vergelijken. Daarvoor gebruiken we vooral tests die ontwikkeld en genormeerd zijn voor eentalige Nederlandstalige kinderen.
Toch is het bij meertalige kinderen absoluut niet wenselijk om die normen te gebruiken om hun taalontwikkeling in het Nederlands, die vaak hun tweede taal is, te beoordelen.
En als het gaat om het vaststellen of een meertalig kind een taalstoornis heeft of niet is het gebruik van normen voor eentalige kinderen zeker af te raden!
Om deze reden ben ik, samen met veel andere collega’s, bijzonder blij met de nieuwe inzichten die uit Schlichting’s onderzoek kwamen. Dit onderzoek levert gemiddelden op voor de Schlichting tests voor tenminste twee grote groepen meertalige kinderen in Nederland: de Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse (met moedertaal Berbers of Arabisch).
We moeten wel alert zijn op het feit dat dit onderzoek en gemiddelden slechts Turkse en Marokkaanse kinderen betreffen en dat zelfs binnen deze groepen een grote variatie bestaat in taalaanbod in het Nederlands. De anamnese wordt dus extra belangrijk om te weten hoe de taalontwikkeling is geweest en wat het patroon van taalaanbod is.
En ook belangrijk: het is niet wenselijk om deze gemiddelden toe te passen op andere etnische en taalgroepen.
Dit onderzoek bracht ook iets heel belangrijks aan het licht: dat twee groepen die een vergelijkbare achtergrond en geschiedenis hebben in Nederland toch een groot verschil in taalvaardigheid in het Nederlands laten zien! Deze wetenschap maakt ons weer eens bewust van de complexiteit van dit onderwerp en van de diversiteit van factoren die de taalontwikkeling van meertalige kinderen beïnvloedt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *