Checklist voor meertalige jonge ouders

Dit is een checklist voor jullie: jonge en aanstaande ouders in Nederland, die hun kinderen meertalig willen laten opgroeien. De checklist is bedoeld om je aan te zetten tot nadenken, tot een gesprek tussen jullie als ouders onderling en tot het nemen van een (voorlopige) beslissing over keuzes die jullie kunnen of moeten maken.

Elk gezin is anders in wat betreft het aantal talen dat er gesproken wordt en in de mogelijkheden die het heeft om de taalontwikkeling van de kinderen te stimuleren. Enkele mogelijke situaties zijn:

  • Beide ouders hebben dezelfde moedertaal, niet zijnde Nederlands.
    bv twee Syrische ouders; het kind leert waarschijnlijk eerst Arabisch en later Nederlands wanneer hij naar de peuterspeelzaal gaat.
  • Een ouder spreekt Nederlands, de andere ouder heeft een andere moedertaal, maar kent goed Nederlands en de onderlinge taal is Nederlands.
    bv Nederlands-Fries stel bij wie de Friessprekende ouder ook heel goed Nederlands spreekt, zodat dat de onderlinge taal is. Het kind leert beide talen vanaf de geboorte.
  • Een ouder spreekt Nederlands, andere ouder heeft een andere moedertaal, onderling spreken ze die andere taal.
    bv Nederlands-Italiaans stel bij wie de Nederlandsspreker ook heel goed Italiaans spreekt, en dat is de onderlinge taal. Het kind leert beide talen vanaf de geboorte.
  • Een ouder is Nederlands, andere ouder heeft een andere moedertaal, maar geen van beiden spreekt elkaars moedertaal zodat ze uitwijken naar een derde taal.
    bv Nederlands-Chinees stel, dat onderling Engels spreekt. Een mogelijk scenario is dat iedere ouder de eigen taal met het kind spreekt en dat het kind Engels leert uit de gesprekken van zijn ouders. Het kind groeit op met drie talen.
  • De ouders spreken elkaars moedertaal niet en ze spreken ook (nog) geen Nederlands. Ze spreken beiden wel Engels, en dat is de taal waarmee ze met elkaar communiceren.
    bv Duits-Turks stel, dat onderling Engels spreekt. Het kind groeit op met 4 talen. De ouders spreken elk de eigen moedertaal met hem. Hij zal in het gezin dagelijks Engels horen en zal vanaf de peuterspeelzaal/school en met vrienden snel Nederlands leren.

Herken je jezelf in een van deze voorbeelden? Of is je situatie een beetje anders? Doorloop samen de volgende vragen:

Hier al aan gedacht, jij, aanstaande meertalige ouder??

1. Het is belangrijk dat jullie praten over de meertalige opvoeding van jullie kind. Het liefst vindt zo’n gesprek plaats voordat het kind geboren is. Dit helpt om eenduidigheid te hebben over wat jullie eigen wensen zijn. Dit is nodig om de taalontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te stimuleren. Kinderen kunnen gemakkelijk meerdere talen leren. Ouders moeten zich wel bewust zijn dat voor een goede taalontwikkeling, ongeacht de taalcombinatie, het kind een rijk taalaanbod verdient in iedere taal!

2. Bespreek samen welke talen ieder van jullie wilt dat het kind leert en waarom:

  • moeders moedertaal is belangrijk, omdat…
  • vaders moedertaal is belangrijk, omdat…
  • het Nederlands is belangrijk, omdat…
  • de taal … is belangrijk, omdat…

3. Wil je dat jullie kind jullie beider cultuur kent, waardeert en belangrijk vindt, en er trots op is? Wat gaan jullie doen om dat te bereiken?

4. Welke strategie willen jullie kiezen om met meertaligheid om te gaan? De ene strategie is niet per se beter dan de ander. Ieder gezin vindt er een die het best bij hen past. Het schept helderheid en rust als je een beetje consequent probeert te zijn. Niet te rigide doen, hoor! Voorbeelden zijn:

  • een ouder–een taal (iedere ouder spreekt de eigen moedertaal met het kind)
  • een taal voor elke situatie (bij het avondeten praten we Grieks…)
  • een taal, afhankelijk van aanwezigheid van derden (de buurvrouw kent geen Arabisch; als zij er is praten we Nederlands)

5. Inventariseer wie jullie kan helpen in het bieden van een rijke taalomgeving voor jullie kind. In jullie omgeving zijn er misschien andere sprekers van de talen die je belangrijk vindt voor je kind en met wie jullie kind een groter en meer divers aanbod aan die talen kan krijgen. Ook veel voorlezen helpt, dingen benoemen, etc.!

6. Evalueer je aanpak van tijd tot tijd en pas hem aan naar jullie situatie. Denk niet alleen aan wat gaat gebeuren op korte termijn, maar betrek bij overwegingen langetermijnplanning zoals in welk land/regio jullie de komende jaren denken te wonen. Betekent dat nog iets voor het leren van welke taal?

7. Realiseer je dat jullie taalkeuzes van jullie zijn. Misschien maakt jullie kind soms een andere keuze. Een bekend fenomeen is dat het kind Nederlands terug gaat praten tegen een anderstalige ouder. Laat het en dwing nooit! Prijs je kinds meertaligheid en hoe uniek het is dat hij meer dan een taal spreekt. Richt je op trots en op het kunnen communiceren en niet op foutloze vloeiende beheersing!! Het allerlaatste wat je wilt is een negatief gevoel oproepen bij een bepaalde taal!

Ik hoop dat deze checklist jullie helpt om met elkaar in gesprek te gaan en keuzes te maken.

Vertalingen gevraagd! Als iemand een vertaling maakt van deze checklist, naar welke taal dan ook, dan plaats ik die hier graag bij!

Download Professionals aan wie vaak vragen gesteld worden over meertalig opvoeden, kunnen deze checklist downloaden als pdf-bestand, printen, en overhandigen aan geïnteresseerde ouders.

Bron van de afbeelding: https://bilingualkidspot.com

Een kind uit Angola

Laatst zag ik een mevrouw uit Angola, Mevrouw Rosilda. Zij is nu zo’n 5 jaar in Nederland en kwam met haar dochter Marisa van 9 jaar. Thuis wordt heel weinig Nederlands gesproken. Er wordt vooral Portugees gesproken. Dat is niet de moedertaal van moeder, maar wel de taal van de vroegere koloniale bezetter en nu nog de officiële taal van Angola. Dochter Marisa wilde echter helemaal geen Portugees meer praten en de relatie tussen moeder en dochter wordt langzaam slechter. Er is immers geen gezamenlijke taal om goed met elkaar te kunnen communiceren.

Ik vroeg mevrouw Rosilda wat haar moedertaal is. “Portugees” zei ze..  
“Is dat de taal die uw ouders met u praatten?”
“Oh, dat? Dat is maar een dialect, Kimbundu. Dat is geen taal.

Jouw taal is geen taal. Het is maar een dialect!

“En, spreekt u ook Kimbundu met Marisa?”
“Nee, natuurlijk niet. Wat heeft zij daar nou weer aan?”
“En spreekt u zelf het Portugees goed?”
“Niet zo goed, maar beter dan Kimbundu.”

Wat heb ik hier meegemaakt?

  • Een immigrant vindt haar moedertaal Kimbundu niet waardevol; het is ‘maar’ een dialect, zoals ze al haar hele leven in Angola heeft horen zeggen. Dit gevoel is afkomstig van het principiële standpunt van de kolonisator: inheemse talen waren geen talen, nooit. Dat beeld is kennelijk succesvol overgedragen aan de bevolking in Angola.
  • Mevrouw Rosilda vindt, net als veel van haar landgenoten, dat Portugees een taal is met een veel hogere status. Toch is dat haar tweede taal en heeft ze er moeite mee.
  • Hier in Nederland is het nu noodzakelijk om snel en goed Nederlands te leren.
  • Thuis wil mevrouw Rosilda geen Kimbundu gebruiken, maar ze kan geen kwalitatief rijk Portugees, noch Nederlands, aan Marisa meegeven. Gevolg: minder goede communicatie en daarmee mogelijk een negatieve invloed op het doorgeven van normen en waarden.
  • Marisa spreekt nu Nederlands het beste, maar toch erg beperkt.

Zo’n situatie komt enorm veel voor en veroorzaakt veel verdriet in veel gezinnen. Ouders hebben het beste voor met hun kind maar overzien niet altijd de gevolgen van hun (taal)keuzen. Als ze daarin al wat te kiezen hebben/hadden.

Bij immigranten in Nederland is plotseling de nieuwe taal, Nederlands, de taal met de hoogste sociale status en grootste praktische waarde. Natuurlijk is het waar dat Nederlands leren prioriteit moet krijgen. Wat veel ouders en professionals niet weten is dat er veel aanwijzingen zijn dat het goed spreken van de moedertaal daar juist enorm aan kan bijdragen. Dan hebben we het nog niet gehad over de algemene voordelen van meertaligheid, zowel op cognitief als op carrièreniveau,  bijvoorbeeld van het voordeel een ongebruikelijke taal te kennen voor een Nederlands bedrijf dat naar bv Angola exporteert. Of over de culturele rijkdom die in taal opgeborgen zit.

Tips voor de logopedist

  • In de anamnese over het taalaanbod vraag door naar welke talen en dialecten worden gesproken.
  • Zoek even op internet waar die talen gesproken worden.
  • Misschien kun je zelfs wat vinden over de maatschappelijke status van die taal zodat je kunt anticiperen op de gevoelens van de cliënt over die taal.
  • Als je een tolk kunt gebruiken, is het minder belangrijk om een landgenoot van je cliënt te hebben dan een taalgenoot!

Weetjes

  • De taal Kimbundu komt onder meerdere schrijfwijzen en namen voor: Quimbundo, Dongo, Kindongo, Loanda, Mbundu, Loande, Luanda, Lunda, Mbundu, N’bundo, Nbundu, Ndongo.
  • Het Portugees dat in Brazilië wordt gesproken heeft, via Angolese slaven, veel woorden uit het Kimbundu overgenomen. Ook het bekende woord ‘Samba’ zou van het Kimbundu stammen.
  • Naast het Portugees, de ‘officiële taal’ van Angola, zijn er vier talen erkend als ‘nationale taal’: Kimbundu, Umbundu, Kikongo en Côkwe. Kimbundu is de tweede taal in omvang, met enkele miljoenen sprekers.

Ps. Mevrouw Rosilda bestaat niet, evenmin als haar dochter. Wie wel bestaan zijn de meerdere cliënten die ik heb (gehad) met een sterk overeenkomende achtergrond. Hiermee heb ik Rosilda samengesteld. Let goed op, dan kom je ook zo’n Rosilda tegen!

Erfgoedtaal doorgeven – voor wie doe je dat eigenlijk?

Op het Drongo-festival in Nijmegen met plezier geluisterd naar Sabine Little, die zich bij de Universiteit van Sheffield (V.K.) o.a. bezig houdt met erfgoedtaal, ‘heritage language’.

Zij onderzoekt hoe meertaligheid in het gezin wordt aangepakt, en vooral wat daarvan de invloed is op emotie en welbevinden van de individuele gezinsleden.

Stof tot nadenken! Waar het referentiekader van veel deskundigen en betrokkenen vooral wordt gevormd door …

  1. de voordelen voor het kind van de meertalige situatie;
  2. de trots die het kind voelt op zijn meertaligheid, ondanks dat zijn kennis van de verschillende talen sterk verschilt tussen die talen, en;
  3. de door ouders gekozen of vanzelf ontstane ‘strategie’ voor meertaligheid, bv ‘een-ouder-een-taal’, ‘onder het avondeten praten we Frans’, etc., 

… stelt Little voor om ook te kijken naar het emotionele en socio-emotionele welbevinden van elk gezinslid.  Met haar onderzoek ondersteunt zij wetenschappelijk wat ik al lang om mij heen zie. Daar bestaat veel meer nuance. Er komen in gezinnen veel verschillende situaties voor, bijvoorbeeld:

Een paar valkuiltjes in #meertalig opvoeden
  • Een ouder voelt zich afgewezen als een kind diens taal afwijst.
  • Een kind gaat een taal haten omdat ouders zich als leraar gedragen en niet als ouder.
  • Ouders krijgen ruzie over welke taal gebruikt wordt als men bij elkaar is. Dit kan versterkt worden als een van de ouders de moedertaal van de andere ouder niet kent, maar deze toch in het gezin gebruikt wordt om die aan de kinderen mee te geven. Verdenkingen zoals “jullie zitten zeker over mij te praten” komen voor.
  • Een ouder accepteert niet dat het kind in een andere taal terug praat.
  • Van grootouders móet het kleinkind hun taal kunnen spreken, ook al wordt die in het gezin eigenlijk weinig gebruikt.

Little vindt het heel belangrijk wat de kinderen er zélf van vinden. Zo laat zij kinderen in een tekening van zichzelf inkleuren welke talen zij spreken en hoe belangrijk zij dit vinden.

Geniaal is Little’s pleidooi voor het opnemen van een vraag over meertalig opvoeden op het formulier dat aanstaande ouders in Wales invullen bij hun voorbereiding op de komst van hun kindje. Hiermee worden de ouders aangespoord om even stil te staan bij meertaligheid in hun eigen specifieke situatie.

Meer lezen? Klik hier voor een artikel van Little.

Bron van de afbeelding: Sabine Little’s Twitter-pagina