Publicaties

Julien, Manuela (2017). The role of dummy auxiliaries in the acquisition of finiteness in Dutch. A comparison between various groups of L1 and L2 learners. LOT. Utrecht. ISBN 978-94-6093-226-7. 305 pag. PhD Thesis. Also available in the Radboud University Repository.
Read the back cover

This study deals with the role of dummy auxiliaries in the acquisition of finiteness in L1 and L2 Dutch. It takes a broad perspective by including a wide range of language learner populations, namely, typically developing monolingual and bilingual children and monolingual an bilingual children with language impairment, as well as adult learners of Dutch as an additional language. The bilinguals were first language speakers of Turkish, Tarifiyt and Moroccan Arabic. The study builds on previous research, extending it by investigating both the production and comprehension of dummy auxiliaries. It included younger bilingual children than was the case with other studies on this subject, because data on the earliest acquisition phases may provide essential information.
The systematic comparison between different learner populations sheds new light on commonly held assumptions and allows for a critical review of notions that are fundamental in the debate on the origin and function of dummy auxiliaries in language acquisition. Two dummy auxiliaries, zijn and gaan, are predecessors of movement of the lexical verb, in all types of language acquisition involved in this study. The outcomes also contribute to the ongoing debate as to whether SLI and difficulties in adult second language acquisition are caused by processing limitation or by linguistic-representational deficits. Evidence was found for the processing (input) limitations account.
This study is of relevance to researchers in the fields of child, adult, typical and atypical language acquisition as well as language teachers, clinical linguists, speech and language pathologists and therapists.

Julien, Manuela, Roeland van Hout and Ineke van de Craats (2015). Meaning and function of dummy auxiliaries in adult acquisition of Dutch as an additional language. Second Language Research, pp 1-25.
Read the abstract

This article presents the results of experimental data on language production and comprehension. These show that adult learners of Dutch as an additional language, with different language backgrounds, and a L2 proficiency below level A2 (Waystage) of the Common European Framework of Reference for Languages (CEFR; Council of Europe, 2001), use dummy auxiliaries as a structural device and interpret them as semantically vacuous. Proficiency level in the target language, more than language background, seems to determine the occurrence of dummy auxiliaries, but also which dummy auxiliary is used. Participants at a lower level of language acquisition use both dummy auxiliaries zijn (‘be’) and gaan (‘go’), whereas more advanced learners continue using predominantly dummy auxiliary gaan. These findings suggest that both dummy auxiliaries have a trigger function in setting the step from nonfinite utterances, to utterances with dummy auxiliaries carrying morphological information, and finally to utterances in which the morphological information is carried by the finite verb.

Julien, M., Craats, I. van de; Hout, R. van (2013). There is a dummy ‘is’ in early first language acquisition. In: Dummy Auxiliaries in First and Second Language Acquisition (eds Blom E., Van de Craats, I and Verhagen, J.) 101-140, De Gruyter Mouton, Berlin.
Download full text (576,2 KB)
Read the introduction in English

The purpose of this article is to give an explanation for the observation that children acquiring Dutch as their mother tongue (Ll) often produce sentences that do not occur in adult Dutch language, as in the examples in which the auxiliary verb zijn (‘be’) is followed by a nonfinite lexical verb (infinitive).
a. Is(e) mak-en. be.2SG.PRES make-INF ‘Makes.’ or ‘ls making.’ (Laura 2;2, Van Kampen corpus)
b. Haas is zitt-en. Hare be.3SG.PRES sit-INF ‘Hare sits.’ or ‘Hare is sitting.’ (Josse 2;2, Groningen corpus)

Julien, Manuela (2012). Meertalige kinderen met een logopedisch probleem. Hoe ga je met ze om? Signaal Vol 79, pp 12-25. April-Mei-Juni 2012.
Download full text (207,8 KB)
read the summary in Dutch

Dit artikel geeft richtlijnen die logopedisten kunnen gebruiken om juiste keuzes te maken bij het behandelen van meertalige kinderen met een spraak- en taalstoornis. Meertalige kinderen, óók die met een spraak- en taalstoornis, hebben meer dan één taal nodig om goed te kunnen functioneren in de verschillende situaties van hun dagelijkse leven. Deze kinderen hebben behoefte aan een zo rijk mogelijk taalaanbod in al hun talen om met hun naaste omgeving te communiceren en om zich goed te ontplooien. Ouders en logopedist moeten samenwerken om het taalaanbod te optimaliseren. We bespreken strategieën die de ouders kunnen hanteren en logopedische instrumenten en benaderingen, evenals de rol van de logopedist bij het begeleiden van de ouders van deze kinderen. We geven ook suggesties om de samenwerking tussen ouders en logopedist zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Craats, I. van de,; Julien, M. (2012). Het werkwoord: hoe begrepen en hoe bedoeld? In Bossers, B. (ed.), Vakwerk 8. Achtergronden van de NT2-lespraktijk, pp. 83-97 Amsterdam: BVNT2.
Download full text (296,0 KB)

Julien, Manuela (2008). Taalstoornissen bij meertalige kinderen. Diagnose en behandeling. Met illustraties van Sandra Verkaart. Pearson Assessment and Information. Eerste druk mei 2008. Tweede druk augustus 2013.
Read the description in Dutch

Bij de diagnostiek en behandeling van meertalige kinderen is het belangrijk om stil te staan bij de achtergrond van kinderen (en hun ouders). Taalstoornissen bij meertalige kinderen geeft inleidende informatie over de achtergrond van immigranten, de samenstelling van de Nederlandse maatschappij en de normale meertalige taalontwikkeling. Want wie zich als hulpverlener bewust is van verschillen en overeenkomsten, eigen vooroordelen wil ontdekken en onze maatschappij met een andere bril wil bekijken, krijgt een kritische en open houding. En dat komt een correcte diagnostiek en een adequate behandeling van meertalige kinderen en hun taalontwikkeling ten goede! Manuela Julien beschrijft in Taalstoornissen bij meertalige kinderen kenmerken van specifieke taalstoornissen en best practices die in Nederland en daarbuiten gangbaar zijn bij onderzoek en behandeling van deze groep. Het boek biedt een eerste kennismaking voor diegenen die in hun werk te maken hebben met deze problematiek. Taalstoornissen bij meertalige kinderen richt zich voor een belangrijk deel op logopedisten. Maar ook andere professionals die willen weten hoe taalproblemen bij deze kinderen kunnen worden vastgesteld en behandeld, vinden in deze uitgave bruikbare informatie.

Julien, Maria Manuela R. (2007). Spontane taalanalyse bij meertalige kinderen; alternatief voor, of aanvullend op genormeerde taaltesten? Stem-, Spraak- en Taalpathologie Vol. 15, 2007, No. 2, pp. 104-114.
Download full text (107,9 KB)
Read the summary in Dutch

Dit artikel presenteert een denkkader voor diagnostiek bij meertalige kinderen, dat rekening houdt met kenmerkende verschijnselen van de normale taalontwikkeling van deze kinderen. Code-mixing, taaldominantie, taalverlies en additieve en subtractieve meertaligheid worden behandeld. Er wordt voorgesteld om meertalige kinderen te onderscheiden in vier subgroepen, die zowel gebaseerd zijn op het moment van blootstelling aan de verschillende talen als op de grootte van de minderheidsgroep waar ze toe behoren. Dit maakt vergelijking tussen kinderen die ongeveer in dezelfde omstandigheden opgroeien mogelijk. Aandachtspunten, problemen en mogelijkheden rondom diagnostisch taalonderzoek bij meertalige kinderen worden besproken. De toepasbaarheid van onderzoeksmethodes zoals genormeerde testen en spontane taalanalyse wordt besproken.

Çavuş-Nunes, N.; Julien, M.M.R. (2006). Meertalige kinderen met taalproblemen. Logopedie en Foniatrie, 2, 48-54.
Download full text (214,7 KB)
Read the summary in Dutch or English

Dit artikel gaat over een logopedische visie op meertaligheid van kinderen en over de adviezen die logopedisten aan ouders geven. Deze hebben onder andere betrekking op de taalkeuze, strategieën voor meertalig opvoeden en taalstimulering van kinderen. Er worden verscheidene gezinssituaties geschetst en er wordt gekeken welke factoren invloed hebben op de keuzes die ouders maken. Er worden suggesties gegeven over hoe ouders van meertalige kinderen met taalontwikkelingsstoornissen begeleid kunnen worden.

The article deals with the speech and language therapists’ vision of multilingualism and consequent attitudes when advising parents of multilingual children with speech and language problems. The advice concerns the choice of languages, language strategies and ways of stimulating their children’s language development. This article sketches different family situations and enumerates factors that influence both the choices parents make and the level of accomplishment of their objectives. Ideas are presented on how to guide parents of bilingual children with language problems.

Julien, M. (2005). Boekbespreking. Dual Language Development and Disorders. A Handbook on Bilingualism and Second Language Learning, door Fred Genesee, Ph.D., Johanne Paradis, Ph.D.; Martha B. Crago, Ph.D.. Deze boekbespreking is gepubliceerd in Logopedie en Foniatrie 2005.
Download full text (13,7 KB)

Julien, M. (2004). Kind en onderzoeker spreken niet dezelfde taal: mogelijkheden bij diagnostiek van spraak- en taalproblemen bij meertalige kinderen. Logopedie en Foniatrie, 76, 488-94.
Download full text (93,6 KB)
read the summary in Dutch or English

Bij meertalige kinderen is het belangrijk om naast de beoordeling van de ontwikkeling van het Nederlands ook de ontwikkeling van de andere taal of talen te beoordelen. Hiermee kan men weten of er sprake is van een taalstoornis dan wel van een onvoldoende beheersing van het Nederlands en/of van de thuistaal. Dit artikel presenteert een diagnostische aanpak, in ontwikkeling, gebaseerd op onderzoek van de beheersing zowel van het Nederlands als van de andere taal.

Linguists and speech and language pathologists working at Audiology and Speech and Language Centres often need to evaluate the language development of multilingual children. There is consensus that in investigating multilingual children the investigator needs to know the development in both languages in order to adequately diagnose the problem. The author presents a procedure which is still being developed. It allows the investigator, who often does not master the language(s) spoken by these children, to make a differential diagnoses between a language disorder and a language retardation. The procedure is based on a comparison of the child’s spontaneous speech samples of both Dutch and the other language(s).

Julien, M.M.R.; Blumenthal, M. (2004). Taalstoornissen bij meertalige kinderen. Stem-, Spraak- en Taalpathologie. Afl. 25, 1-28.
Download full text (781,6 KB)
Read the 'Contents' page in Dutch

1. Meertaligheid in de Nederlandse context
1.1 Huidige ontwikkelingen
1.2 Talen in Nederland en variatie wat betreft taalvitaliteit
1.3 De betekenis(sen) van meertaligheid voor meertalige gezinnen
2. Taalstoornissen bij meertalige kinderen
2.1 Algemeen
2.2 Meertaligheid als complicerende factor voor taalproblemen
2.3 Risico van een verkeerde interpretatie van de gegevens
2.4 Diagnostiek bij jongere kinderen
2.5 Diagnostiek bij oudere kinderen
3. Samenwerking met een tolk
4. Acceptatie van een taalhandicap: is dit cultureel bepaald?
5. Logopedische behandeling van meertalige kinderen met spraak- en taalstoornissen
5.1. Samenwerking met de ouders
5.2 Behandeling
5.3 In welke taal moet de behandeling plaatsvinden?
5.4 Wanneer stopt de logopedist met de behandeling?
6. Advies geven over de hantering van de talen thuis
7. Aanbevelingen voor verdere studie en verbetering van de huidige praktijk
Literatuur

Blumenthal, M.; Julien, M. (2000). Geen diagnose zonder anamnese meertaligheid. Logopedie en Foniatrie, 72 (1), 13-17.
Download full text (1,3 MB)
Read the summary in Dutch

Bij meertalige kinderen met mogelijke spraaktaalproblemen is onderzoek van de diverse talen die het kind spreekt of begrijpt noodzakelijk. Daarnaast is belangrijk welke waardering de ouders hebben voor de verschillende talen en hoe zij de (talige) toekomst van het kind zien. Alleen dan kan een gefundeerd behandel- of begeleidingsadvies worden gegeven. In dit artikel wordt een anamneseformulier – in ontwikkeling – gepresenteerd dat de systematische verzameling van gegevens op dit gebied mogelijk maakt.

Blumenthal, M; Julien, M. (1999). Anamnese Meertaligheid. Taalaanbod en attitudes t.o.v. betrokken talen. Oorspronkelijk ontwikkeld door Mirjam Blumenthal en Manuela Julien binnen het Audiologische Centrum Den Haag, 1999. Versie 2 met geringe wijzigingen, 2009.
Download full text (91,7 KB)

Julien, M. (1993). Apraxia of speech in a multilingual aphasic: a case study. Thesis GGS Neurolinguïstiek. Vrije Universiteit Brussel. Faculteit Geneeskunde en Farmacie, Brussels, Belgium
Download full text (255,7 KB)
Read the summary in English

A description is presented of a patient who, after a cerebral trauma in the left frontal lobe and a presumed CVA, exhibited a severe and lasting disorder of speech production. He also showed impairment of reading and writing, accompanied by mild impairment of language comprehension. In addition, he exhibited oral apraxia, which subsided sometime after the accident. The symptomatology exhibited by this patient is discussed with the view to contribute to accurate differential diagnosis between Broca’s aphasia and speech apraxia. The need for finer criteria of differentiation between these two syndromes is emphasized. Attention is drawn to some of the inaccuracies in the existing criteria and some suggestions for their improvement are offered

Julien, MMR. (1990). Transfer as a cognitive process in the acquisition of a third language. Thesis Master of Arts in Applied Linguistics. Department of Linguistics in the Graduate School of Southern Illinois University at Carbondale, Illinois, U.S.A..;
Download full text (5,5 MB)
Read the summary in English

This study is designed to ascertain whether speakers of two typologically and genetically unrelated languages who are acquiring a third language (L3), benefit from the fact that their second language (L2) is typologically, genetically and areally related to their L3. The study questions how the two previously known languages affect the cognitive processes employed by these learners, and in particular, how they “compete” in the process of transfer. The sample was drawn from a population of Mozambican secondary school students attending Grade 9, who had had four semesters of English.
Sixtythree subjects, aged 13 to 20, were selected according to three grouping characteristics: Group 1 consisted of speakers of Tsonga (L1) who were proficient in Portuguese (L2); Group 2 consisted of speakers of Tsonga (L1) who were not proficient in Portuguese (L2); and Group 3 consisted of monolingual speakers of Portuguese (L1). Two sets of instruments were used to obtain information about the subjects’ language background, about their proficiency in Portuguese (L2), and to elicit their English proficiency. An ANOVA model for a repeated measure design was used to analyze the data, and significant differences were found in the subjects’ performance (type of errors) in English.